High School!

Ik heb al jaren geen blog meer geschreven, besef ik! Via Facebook en een aantal bezoekjes hebben we wel contact gehouden met een hoop mensen in Nederland, maar ik heb een heleboel mensen al lang niet meer gesproken en het leek me leuk om hier weer eens een stukje te schrijven. Ik wou vooral eens vertellen hoe het hier gaat met de overgang naar de middelbare school, of High School, omdat het hier zo’n ander systeem is dan in Nederland: we hebben op afstand meegeleefd met de CITO en dergelijke, wat we hier dus allemaal niet hebben en veel mensen vroegen hoe het hier dan wel zit.

Allereerst is de school hier anders ingedeeld. Kinderen gaan (in onze buurt althans, in andere steden en staten is het soms anders) hier eerst naar de ‘Elementary School’, die begint in Kindergarten – groep 2, in het nieuwe Nederlandse systeem – en doorloopt tot ‘4th grade’ – groep 6. Dan gaan ze naar ‘Middle School’ – de school waar onze kinderen nu opzitten, voor groep 7 en 8 samen met de eerste twee klassen van de middelbare school. (Voor mensen zonder kinderen: de Elementary School is van 5 tot 10 jaar oud, Middle School van 11 – 14, ongeveer). Daarna gaan ze naar High School, die vier jaar duurt – en de meeste kinderen zijn 18 of 19 als ze ervan af komen. Er is in ons dorp een Elementary School (Jericho Elementary School) en ze kunnen ook naar de school 1 dorp hiernaast (Underhill ID school) – voor beide zijn er schoolbussen die ze om tien over 7 (jaja!) komen ophalen, in de wind en de regen en de sneeuw. Keuze tussen de twee hangt vooral af van waar je woont: wij wonen dichter bij ‘JES’ en het leek ons een prima school dus daar zijn onze kinderen heen. De Middle School is nog eenvoudiger – er is een voor Jericho en Underhill, dus daar gaat iedereen heen. En daarna komt de High School (vanaf de 3e klas van de Nederlandse middelbare school dus, duurt voor iedereen vier jaar) – daar gaan vier dorpen heen.

Een groot verschil met Nederland is dus dat alle kinderen naar dezelfde school gaan – er is dus geen HAVO, VMBO, VWO etc. Je kan eventueel naar een prive-school gaan (al ken ik niemand die dat doet); je kan je kinderen ook ‘home-schoolen’ – dat wil zeggen dat je ze thuis lesgeeft, en zolang ze een aantal tests kunnen doen mag dat – en sinds kort mag je ze ook naar een middelbare school in een andere stad of ander dorp brengen – maar dat doet ook bijna niemand omdat onze scholen ten eerste allemaal ongeveer hetzelfde zijn, en de afstanden bovendien enorm. Dus over het algemeen gaat iedereen altijd ‘over’ – blijven zitten wordt als heel zielig en ‘remmend voor de ontwikkeling van het kind’ gezien – en blijft bij elkaar op school – de slimme kinderen en de niet-zo-slimme, uit alle lagen van de bevolking, inkomsten, opleidingsniveau van de ouders etc.

Wat wel gebeurt – en dat begint op de Middle School – is dat kinderen in dezelfde klas in andere lessen worden gezet – met name met rekenen/wiskunde, maar ook met taal/spellen. Het was voor ons een beetje gedoe om te weten wat er zoal kon – Sebastiaan was heel goed in wiskunde en verveelde zich in 5th grade (groep 7) en we kwamen er pas halverwege het jaar achter dat er een ‘pull-out’ clubje was die versneld rekende – maar uiteindelijk kwam hij in het ‘snellere’ groepje terecht. Naarmate de jaren vorderen wordt dit formeler, wat inhoudt dat hij nu ‘Algebra 1’ heeft gedaan – wat een vak is op High School.

En nu komt dus High School eraan, en komen we er achter hoe er hier toch wordt gedifferentieerd. Naast ‘Algebra 1’ mocht Sebastiaan dit jaar mee doen met een ander vak, High School French 1, dat meestal op de High School wordt gegeven. Zo worden dus een aantal kinderen in de klas (en binnen dezelfde uren) een beetje ‘versneld’ (ongeveer 15 van de 120 kinderen in zijn jaarlaag) en kunnen op de High School doorgaan – naar een vak dat de rest pas een jaar later krijgt. En zijn ook een paar kinderen, – een in zijn jaar, en een twee jaar geleden – die zo goed zijn in wiskunde dat ze twee of drie jaar voorlopen – die gaan dan al een jaar naar de Hgih School toe (met bussen, een heel gedoe!) voor hun wiskundeles. Een van die jongens (de zoon van een vriend van ons) is echt heel goed en gaat al vanaf de 5e op de middelbare school naar de universiteit voor zijn wiskunde les (of college). Maar voor alle duidelijkheid: hij zit dus nog wel in de klas met de rest van de kinderen voor alle andere vakken.

En nu hebben alle kinderen net allemaal hun aanbeveling gekregen voor wat ze als vakken kunnen volgen op High School. Voor de belangrijke vakken (Engels, Wiskunde en Science) zijn er drie niveau’s: ‘gewoon’, met bijles, of ‘honors’. De bijlesvakken gaan heel veel om ‘study skills’ en helpen kinderen die ‘gewoon’ niet kunnen bijbenen door bijvoorbeeld het huiswerk in kleinere stukjes op te hakken – ik denk dat dit zoiets is als wat je in Nederland op het VMBO krijgt. Het ‘gewone’ niveau is denk ik zoiets als HAVO, en ‘Honors’ houdt in dat je meer werk moet doen, altijd goeie cijfers moet halen, en zelf heel goed stevig doorleert. Dus dat lijkt op het VWO. Daarnaast kan je extra vakken erbij kiezen: een taal is bijvoorbeeld niet verplicht (daarom kunnen Amerikanen bijna nooit iets anders dan Engels!) en neemt meer tijd in beslag; hetzelfde geldt voor muziek (bijv de Marching Band, is tijdens schooluren, of piano-of gitaarles) – als je die vakken niet kiest heb je meer tijd voor huiswerk, in wat heet ‘Study Hall’, studiezaal dus. Maar je kan dus per vak een aanbeveling krijgen: bijvoorbeeld als je wel heel goed bent in talen kan je versneld een taal nemen (of zelfs twee, woehoe ☺!) maar wel in het lagere niveau wiskunde doen; of, omgekeerd, Honors Wiskunde en Science, maar geen taal.

Sebastiaan gaat Honors Wiskunde en Science doen en een taal (French 2) – maar dit jaar geen ‘Band’, omdat iedereen zegt dat ze ontzettend veel huiswerk krijgen en hij daar graag een deel van op school wil doen. Dus hij krijgt zo’n beetje de vakken die hij in Nederland op het VWO zou krijgen, gokken we (het hele programma van de school staat hier (https://sites.google.com/a/cesuvt.org/mmu-student-services/programs-of-study), als je zelf wilt kijken!). Maar in zijn klas zitten ook kinderen die overal bijles bij krijgen, en in Nederland waarschijnlijk de CITO niet echt goed zou doen – ze gaan wel samen naar school en zitten samen in ‘Health’, bij gym, en in andere vakken, de pauze e.d. In de loop van de vier jaar op High School kan je dus doorgaan met versnellen – in dat geval kan je in de laatste paar jaar ‘Advanced Placement’ (“AP”) vakken doen, die meetellen op de universiteit, of zelfs colleges volgen op de universiteit. Als je in plaats daarvan bijvoorbeeld ‘car mechanics’ of ‘cosmetology’ wil volgen bij de lokale ‘technical colleges’ (soort MBO opleiding, geloof ik) kan dat ook – dan kan je tot twee jaar vervolgopleiding doen tijdens High School, zodat je nog maar 1 of 2 jaar opleiding nodig hebt om automonteur om schoonheiddspecialiste te worden.

Maar het merendeel van de kinderen wil door naar ‘college’ – en dan moet je dus in je ‘Junior Year’ (5e van de middelbare school) een aantal tests doen – waaronder de roemruchte ‘SAT’, waar mensen eindeloos test-bijles voor volgen. Voor College is ook je ‘G.P.A’ belangrijk, je ‘Grade Point Average’, het gemiddelde van al je cijfers op High School. En dus komt de grote beslissing naar welk College je kan, wil en mag. En eigenlijk zijn de kinderen vanaf dat ze naar de High School gaan daar al mee bezig, en alle ouders zijn daar ook mee bezig, zenuwachtig over, etc. College is heel erg duur (gemiddeld, voor een niet buitensporig college, $ 20,000 per jaar aan alleen studiekosten – dus dan heb je nog geen kamer, eten, boeken ed.). Als je het heel goed doet in je tests en geen geld hebt, of heel goed bent in sport (of in muziek, hoorde ik laatst!) heb je kans op een beurs, maar dat is dus ook een heel gedoe – kan afhangen van waar je vandaan komt (zo krijgen de best-scorende kinderen uit elke ‘county’ een gratis studie aan de University of Vermont, bijvoorbeeld, of er zijn speciale potjes voor kinderen van een bepaalde afkomst, of die goed scoren op een essay-vraag, e.d.).

Enfin! Dit is een heel lang verhaal geworden en ik moet weer allerlei andere dingen doen. Het is zondag: we maken het huis schoon, maken ‘Chicken Wings’ omdat het vanavond Superbowl is, Sebastiaan maakt met een vriendje een elastiekjesgeweer in de kelder, Iris ligt te lezen maar moet haar kamer opruimen etc. Ik schrijf snel weer meer! Tot die tijd veel liefs uit zonnig en besneeuwd Vermont!

 

Anita

Leave a Comment

Blog op een zonnige zaterdagochtend

Het is zaterdagochtend,  en ik zit eindelijk weer eens in het heerlijke Firebird café. Vorig jaar schreef ik hier ook een blog toen het net jachtseizoen werd, en toen was alles nog nieuw en een beetje spannend. Nu kennen ze hier ons hele gezin bij naam, en weten dat als ik kom ik een ‘Pork carnitas with no avocado and extra sauce’ mee wil nemen voor Chris, en dat er vast iets is dat hij er niet is (meestal blijf ik thuis met Sebastiaan). En dat klopt: Chris had ontzettend hoofdpijn vanmorgen: misschien krijgt hij nu de griep waar ik de hele week mee in bed gelegen heb, met koppijn, koorts en een zeurende gewrichtspijn waardoor alles zuur en naar leek, blech. Maar ik ben weer op, hoera hoera en voel me alsof er een gewicht van 20 kilo van mijn schouders af is, blij met het leven en de bacon-egg and chipotle on an English muffin van Ryan, de kok hier.

En Chris slaapt uit. Iris doet Kung Fu wat ze nog steeds geweldig vindt: ze doet heel hard haar best en heeft al gele band (ze zijn erg non-competatief of -ostentatief met de banden, ze worden achteloos zo af en toe uitgereikt, de Vermont Kung Fu Academy is echt de minst macho vechtschool die ik ooit heb gezien, met allemaal lieve zachte jongens die de kindertjes met eindeloos geduld nog een de eerste ‘form’ uitleggen) en rent rond en maakt grapjes en heeft vriendschappen met allerlei jongetjes die ik nooit goed uit elkaar hou (‘No Mom that’s Alec, not Alex, can’t you keep them apart?’) en kan tot tien tellen in het Chinees, en wil nou graag Chinees leren, wat ons een geweldig idee lijkt. Zij kan het nog leren! Soms wil je gewoon dat je kind iets leert omdat het jou niet meer zal lukken, zoals ik hoop en stimuleer dat Sebastiaan leert programmeren omdat mij dat nooit is gelukt. En Sebas zit tegenover mij op zijn laptop waar hij nog steeds elke dag erg gelukkig mee is (zie foto).

Eerst was hij nog redelijk didactisch bezig in ‘Paint’ een tekening te maken, maar nou zoekt hij gewoon de scores op van diverse Pokemon-figuren op zijn 3DS spelletje (dank, Mireille, ook dagelijks dank) – nouja. Straks wel weer volkorenbrood bakken en kraaltjes rijgen, bij wijze van spreken.

Eigenlijk moeten we echt straks 24 cupcakes bakken:  vanavond is bij de Phoenix Book Store bij ons in de buurt ‘A Dangerous Night of Writing’ in het kader van het ‘National Novel Writing Month – NaNoWriMo’ waar Sebastiaan via school aan mee doet. Het idee is dat je in een maand (november) een roman schrijft – en Sebas gaat twee keer per week na school er een paar uur heen en zit dan met vriendjes op computers te schrijven, hij maakt een lang verhaal dat ‘The Revenge of the Beest’ heet (nederlandse spelling is met opzet) waar een aantal van zijn Nederlandse en Amerikaanse vrienden en hij allerlei monsters bevechten en de wereld redden van diverse onwaarschijnlijke kernaanvallen. Het is erg spannend.

Maar de bibliotheekjuf  die dit organiseert is heel erg aardig en ik wil heel graag een soort vriendschap met haar dus toen ze vroeg wie wilde bijdragen aan dit evenement sprong ik onmiddellijk virtueel op, en nou moet ik dus cupcakes bakken wat ik vreemd genoeg de laatste tijd erg leuk vind (zie foto’s voor eerdere ‘batches’ voor Iris’ verjaardag en de Brownies, met Halloween). Dus – geen computers programmeren, wel cupcakes bakken, ik vertrut misschien een beetje maar het is heel fijn…


Zolangzamerhand zijn we hele gewone inwoners in Jericho en erg ingeburgerd; vorige week was er een feest in het Community Centre, een benefieteten + concert voor de boerderij waar wij altijd onze groente van krijgen met een soort bluegrass-bandje en hamburgers en te weinig stoelen en een ‘raffle’ waar wij helaas niet een etentje voor twee maar wel twee pannelappen wonnen, nouja, maar daar kenden we wel twaalf mensen en stonden steeds in groepjes met mensen die elkaar ook of nog niet kenden en het was allemaal erg gezellig en gewoon, eigenlijk. De kinderen vonden het eerst ‘niks aan’ maar toen ontdekten ze de PlayDough en ging Sebastiaan een activiteit leiden waarin ze eerst ‘Barney the Dinosaur’ maakten van klei en hem daarna bloederig gingen ‘slachten’ – hoe dan ook, ze hadden lol en wij konden gesprekken afmaken met Anna en de Verdonken (zijn ouders zijn Nederlands) en die Noorse mevrouw waar ik altijd de naam van vergeet, en naar het bandje luisteren. Maar niet dansen. Er zijn grenzen.

Okee – we moeten Iris halen dus dit was het weer even – veel geluk daar in Nederland ik mis speculaasjes en rookworst (maar heb er 10 van meegenomen laatst) – en jullie allemaal natuurlijk, maar alles is hier dus verder heel goed.
Erg veel liefs van een zonnige,
Anita

Leave a Comment

4 juli 2011

Morgen wonen we hier precies een jaar. Vanmorgen ging Sebastiaan voor het eerst weer naar het zeilkamp, waar hij vorig jaar zo dol op was dat hij twee keer ging. Dit jaar mocht hij door naar ‘Level II’, maar wegens gebrek aan belangstelling was dat opgeheven zodat hij weer bij zijn oude held ‘Nick’ was – een tiener met een enorme bos krullend haar en een gigantische weerspiegelende zonnebril. De jongens zijn, zoals geloof ik alle tieners die alle zomerkampen leiden, ontzettend lief. Of zijn ze dat alleen met mijn kinderen? In ieder geval begroette Nick Sebastiaan met ‘Hey man, how’s your winter been?’ waarop Sebastiaan kon vertellen over de hele winter skiles en zijn eerste slalomrace (hij was dertiende, van de 58 jongetjes, wij waren apetrots maar hij vond het zelf maar niks en wil nou in de racegroep, volgens mij alleen om van een ettertje die tweede werd te winnen, op die ijskoude berg met veel te veel aanmeldingen waardoor we 1 1/2 uur moesten wachten met bibberende kinderen en Iris moest steeds plassen dus wij steeds mee naar de WC, aldoor eerst alles uit en dan weer aan) en de enorme hoop sneeuw waar we bijna niet doorheen konden ploegen en de storm in de herfst, waardoor we drie dagen geen stroom hadden en onze toevlucht zochten bij Vincent in Burlington, en in bed Chinees aten terwijl de storm bleef razen.  En de hond en de poes, die we kregen, in de late zomer en de herfst, en die nu bij het meubilair horen (en dat soms ook opeten).

Toen ik laatst met Iris naar het hondenveldje ging keek ze me stralend aan en zei ‘Now we have a dog we are real Vermonters – that was all we needed to do!’ waardoor ik ineens besef dat zij er echt wil bijhoren, en daarmee bezig was. Tsja, de mytische ‘Real Vermonter’ status ligt voor haar misschien nog binnen bereik – hoewel ik er eigenlijk een hard hoofd in heb – je moet daarvoor minimaal twee generaties in Vermont geboren zijn, ik heb mensen heel verontschuldigend horen zeggen ‘but my parents grew up in Massachussetts’ zodat ze wel weten dat ze niet echt, echt uit Vermont komen. Geen Real Vermonters. Maar wij bijna wel, vindt Iris, en gelijk heeft ze: we hebben een hond en een tuintje met tomaten en oude ski’s in de barn, en we weten het plasje waar je kan zwemmen om de hoek, en als we daar komen kennen we drie mensen en Iris en Sebastiaan plonzen routineus van het platformpje af, God wat misten we dat vorige boedhete zomer, weten waar je kan zwemmen en daar dan kinderen kennen. En vanmorgen reed ik zomaar in een keer naar August 1st toe, het geweldige cafe waar ik inmiddels al grote stukken van mijn proefschrift heb geschreven (nouja kleine stukken maar lange uren) waar ik echt de eerste 9 maanden me in een soort omtrekkende beweging een weg naar toe moest zoeken, het was in een soort andere dimensie waar ik alleen kon komen als ik echt de weg kwijt was, alleen toegankelijk door een poort van geospatiale wanhoop – maar nou parkeer ik er pardoes voor de deur.

Dus ja, een jaar – een jaar met af en toe wanhoop (Waar kan je hier zwemmen? Wat doe je hier met een verjaardagsfeestje? Wat moeten ze mee naar skiles? Wat doe ik aan naar de ouderavond? Moeten we iets meenemen? Wat doen we hier in Godsnaam???) en langzamerhand gewend raken aan de antwoorden: om de hoek bij het plasje, gewoon wat je in Nederland ook doet, alleen komt de taart op het laatst, boterhammetjes met kaas (in Godsnaam nooit het grote gevaar Pindakaas – nut allergies, guys, nut allergies!), een fles wijn is prima, en ja, we leven hier. We leven hier gewoon. Eigenlijk wel heel gelukkig, en tamelijk permanent. Gister waren de fourth of July fireworks (die ze vieren op de 3e, om de een of andere reden) die werkelijk  fantastisch waren, en Iris zei eerst ‘these are the most beautiful fireworks I’ve ever seen in my life!’ en daarna ‘we are so gonna do this again next year – and the year after that, and the year after that…’ Dus, we blijven nog een poosje, geloof ik. In ieder geval tot het volgende vuurwerk…

Tot snel, in Nederland! Veel liefs,

Anita

Leave a Comment

Theemisblog

Ik lig in bed met een verschrikkelijk nare griep (echt klote: ik heb overal pijn, zelfs in mijn tenen!) en denk ineens aan jullie daar in Nederland en mis jullie ineens allemaal ontzettend en dan vooral mis ik plotseling alle kopjes thee met iedereen. Fijne sjieke thee in dubbelwandige glazen, met Marjet, en minder sjieke maar daarom niet minder fijne bij het ontbijt, met Karin, als Boris en Chris nog slapen (maar Chris niet zo lang) en de kinderen aan hun derde tijgerboterham met gestampte muisjes beginnen, en thee bij Mireille met kleine chocolaatjes, en bij Berlinda in zo’n mooie grote sjieke pot – veel thee, bij Berlinda is alles altijd groot en voel ik me op een heel prettige manier een beetje kleinduimpje in hun reuzenhuis met hun lieve reuzenkinderen – en ook de tafel is heel groot – en thee met Marije en met Alison op een zaterdagmiddag terwijl de kinderen iets (het huis? elkaar?) afbreken maar we laten ze nog maar even want we zitten zo fijn aan de thee, en thee na het uit eten met Jose, en thee met collega’s op de Trans en daarvoor nog op de Uithof – de thee was altijd wel heel fijn – en thee ’s morgens met Joost die van die geweldige ontbijtjes kan maken met een ei en heel lekker brood en hagelslag in een bakje, en laatst nog thee met Jan aan het ontbijt in de Lloyd waar ze echte Nederlandse ontbijtthee hadden met de mueslibolletjes en de verse jus. En al die thee was altijd een herhaling, een nadoen, een ode aan de oerthee, de thee waar het allemaal mee begon: thee met mamma na school in die boerenbonten kommetjes.

Hoe gaat het toch, met jullie allemaal. Af en toe Skype en mail ik wel met iemand, en de grote nieuwsbrokken komen wel door (van die Sprinters die niet onder nul kunnen, en die gruwelijke pedofiele Let) maar het lijkt allemaal vaag, door matglas, en hoe het echt met jullie zelf gaat weet ik niet. Want dat bespreek je – juist ja- bij een kopje thee. Want dan heb je tijd en een koekje en het regent toch. Dus dan kan ik horen hoe het echt gaat, met de kinderen of de carrière of de gezondheid, en zelf ook eindeloos jeremiëren over hoe het zoal met mij gaat – alle upjes en downtjes en met de kinderen en met me moeder en goh, en de jouwe dan. En tsja. Hier moet ik dat nog opbouwen, toch wel – heb wel eens een keer of twee thee gedronken met Sarah (maar wij gaan vaak wandelen, wat natuurlijk ook heel fijn is) en ook wel bij Ana in haar ongelofelijk fijn-zooiige huis (maar haar zoontje doet telkens naar tegen Iris of zijn broertje dus dat staat een beetje op een laag pitje nu) en bij Kim is het meestal koffie, en ook wel heel gehaast met zij altijd aan het emailen – maar toch, ook wel eens thee. Maar het Nederlandse theegemis blijft toch wel, en is nu even heel acuut, terwijl ik zwetend en ijlend in mijn bed lig te meuren.

Ik roep Chris zo maar eens (die trouwens zelf net deze griep had en toen was ik veel minder aardig dan hij nu! En nou laat ik hem ook nog zijn cursus missen – dus ik heb griep én schuld). Misschien kan hij een kopje thee voor me zetten….

Veel lief, en graag veel opmerkingen – die helpen erg. Zoenen aan allen –
Anita

Comments (5)

Jachtseizoen

De herfst is al weer helemaal voorbij hier, en we wachten op de sneeuw. Vorige week zijn we naar ‘ons’ skigebied gereden om onze ‘Family Passes’ te halen en alle gehuurde skis die nu in de schuur liggen, we kregen alle aandacht van de vriendelijke alto hippoie-jongens die altijd bij skiverhuurplekken lijken te werken want we waren de enigen, maar volgende week gaan ze hopelijk open en kunnen we erheen, drie mooie bergen (met een makkelijke waar ik mij denk ik tot beperk) en het is maar een half uur rijden!

Het wordt Thanksgiving: volgende week komen alle Wests, Chris’ moeder en zus en broer en zijn nichtje Zija (die alweer op college zit, ergens upstate New York doet ze theater technician net als haar vader) komen logeren, en Chris heeft al een kalkoen van 10 kilo besteld en we gaan ons helemaal te pletter koken en eten. De zaterdag erna doen we een klein feestje voor onze Vermontse vrienden die ons zo hebben geholpen met het leven in het nieuwe land (*) en dan bestellen we pizza want niemand kan meer kalkoen zien, dan.

Het is dus koud, maar wel vaak zonnig. En de kinderen hebben ineens het bos helemaal ontdekt: van de week zijn ze/we begonnen om in het bos achter ons huis waar het heel zompig is een parcours uit te leggen waar je dan overheen moet wiebelen/klimmen, ze hebben rubber laarzen aan en als ze misstapt zit Iris tot haar knietje in de modder. Maar we moeten heel erg oranje jakjes en mutsjes op want het is namelijk jachtseizoen! En de bossen zitten vol mannen, en enkele vrouw en een aantal kinderen die op herten wachten en ze dan neerknallen, hoe groter en hoe meer gewei hoe mooier.

En ‘Mel’s’ viert hoogtijden. Mel’s heet eigenlijk de Jericho General Store, het is het winkeltje om de hoek waar je anders alleen heen gaat als melk op is, een oud kruideniertje met wat stoffige marshmallows of potjes jam op de plank en een rekje speelgoed uit 1972, klapperpistooltjes of plastic handboeien waar mijn kinderen altijd verlekkerd naar kijken. Maar nu is Mel’s ‘Big Game Reporting Station’ en het is er een af en aan lopen van jagers die ‘out back’ aan komen rijden met hun pickup truck met daarin een dood hert. En in de winkel hangen grote vellen geel posterpapier met lijsten van zeker 200 namen, mensen die hun ‘deer tag’ zijn komen halen, het recht om een hert te schieten, en nadat ze het hert zijn komen melden weegt Mel het hert en neemt hij een foto. En die hangen als vervangende trofeen op de muur, rijen dik: allemaal dode herten waar een speciale diepvries voor is, en iedereen die jaagt eet de hele winter hert. Nog maar een week, dan is het jachtseizoen weer over en kunnen we zonder oranje jakjes ons bos in.

(*) Thanksgiving is eigenlijk het feest waar de pilgrims van de Mayflower de indianen bedanken voor hun hulp om het eerste jaar te overleven op het nieuwe continent, daarom eet je ook allerlei specifiek Amerikaanse gerechten: kalkoen en pompoen en aardappels en mais.

Comments (4)

November In Vermont

Het is heel erg ontzettend enorm hoog tijd voor een blog! Want ik was in Nederland, en ben al bijna twee week terug, en weken en weken sinds mijn laatste geschrijf. Het was leuk om even in Nederland te zijn: heel veel mensen gezien en Jan en David’s verjaardag meegemaakt en mijn beide zussen en veel vriendinnen en een enkele vriend (want daar heb ik ook maar een paar van…) Fijn, om jullie allemaal te zien, en dat het met iedereen zo goed gaat, en gewoon door, met alles – kinderen worden groter en mensen ouder (“De grijsaard sterft, de jongeling groeit op’, zoals Oblomov zegt). En Nederland was vertrouwd maar sommige dingen waren raar, en anders: wanneer heeft iedereen die roze ‘piep’-kaartjes voor de trein gekregen? En wat is dit voor waanzin met het kabinet, dat was echt het grootste verschil: ik kon maar niet begrijpen hoe Wilders ineens zo geaccepteerd en belangrijk was, dat was in de zomer echt anders – een herfst waarin Rutte c.s. het volk echt hebben murwgebeukt, kennelijk – ik begreep niet hoe dit ineens kon en zocht vergeefs in de kranten naar de woede maar iedereen had zich er, geloof ik, al gelaten bij neergelaten? Het was een beetje (hoewel minder heftig) als de keer dat wij in November 2001 naar New York teruggingen en als enigen niet ‘9/11’ van dichtbij hadden meegemaakt en niets begrepen van de razernij en het anti-moslim gevoel dat toen zelfs onze linkse vrienden hadden. Nou en verder was Nederland nat, natuurlijk, maar ik vond het mooi en de mensen aardig – een lieve kapster uit Koog aan de Zaan die mij knipte, de Griekse obers bij de Griek waar ik at, met Karin en Lieneke, de bediening in het enorm fijne maar verrassend spartaanse Lloyd hotel waar ik logeerde, – een soort sjieke jeugdherberg voor kunstartiesten.

Maar het rare was: hoewel ik alles natuurlijk alles heel goed kende en wist (hoe je je gedraagt in een volle tram, de mate waarin je mag duwen’; hoe je aferekent bij de Hema, hoe veel je kletsts (iets waarvan ik hier altijd het gevoel heb dat ik het of te veel of te weinig doe, de ontzettend aardige jongen bij de Sunoco die daar zo’n beetje woont altijd te snel afkap, of te lang blijf hangen in een poging tot een gesprek) en de wc’s en het eten natuurlijk alle nuances van de taal – maar toch voelde het niet als thuis, gek genoeg. En toen ik terugkwam, hier in de bergen met al die bomen, zoals Mamma zei, en de eerste sneeuw in oktober en nieuwe gewoontes – in mijn Subaru met een gigabeker Green Mountain Coffee een groene berg afdenderen, luisterend naar Vermont Public Radio – en de yoga, en heel lang thee drinken met Sarah (die er echt tien minuten over doet om te besluiten wat voor thee ze wil) – al die nieuwe dingen, dat is thuis. Raar, hoe snel dat gaat, en waar het van afhangt – van waar je gezin is, natuurlijk, maar er is iets anders, iets diepers, een diep persoonlijk schakelaartje dat op ‘dit is thuis’ staat, wat mij zo enorm in verwarring bracht de eerste paar maanden hier.

En nu zijn we midden in de herfst, en er zijn allemaal Dingen – Halloween hebben we uitbundig gevierd, met Kim Mercer en haar gezin die ons op sleeptouw namen en lieten zijn wat men hier doet met Halloween: zo gaat iedereen naar The Haunted Forest, een soort theater in een bos, gemaakt door amateurs met hele lieve geschilderde decors en we liepen in groepjes van twintig Vermonters tegelijk (maar er waren zeker vijfhonderd mensen de middag dat wij gingen, het was bomvol en mensen wachtten zonder te klagen meer dan een uur om aan de beurt te zijn – Kim en Ryan trokken ons naar hun ‘line’ waardoor wij voor mochten) door een heel nat bos vol met honderden prachtig uitgesneden pompoenen waar amateurs kleine stukjes opvoerden.

De kinderen vonden het geweldig: Iris vond de heksen eng en de spoken grappig, en ik vond het bos en de entourage vooral erg mooi, en Kim zat wat te mopperen dat het ook elk jaar hetzelfde was en of ze nou niet eens wat anders konden bedenken. Er is iets heel fijns aan als iemand klaagt over hoe een ervaring die voor jou volstrekt nieuw is, saai en oud begint te worden. Ik denk omdat het je ten eerste het gevoel geeft dat jij dat niet hebt (juist nieuw, en spannend!) en ook omdat je weet dat je dan dus met een echt routinier op stap bent, dus het is nieuw en spannend en je bent met een ervaren rot mee. Nou en op Halloween zelf gingen we weer met de Mercers mee, in hun auto waar acht mensen in kunnen (Kim wou ons geloof ik ons vooral mee zodat er ook eindelijk eens acht mensen in zaten, ze zit er qua milieu nogal over in dat ze zo’n grote auto hebben) en iedereen was aangekleed maar je zag er niks van omdat het zo ontzettend donker was, en de kinderen belden aan en riepen ‘Trick or Treat!’. Kortom: inderdaad 11 november zonder liedjes of lampjes maar met kostuums en pompoenen, en gigantische porties echt snoep, niks geen mandarijntjesflauwekul. Bij de Jericho Country Store hadden ze een Haunted Barn opgezet waar je in mocht, en die was echt eng – afgehakte rubber hoofden in de vriezer en net-echte ogen in een pannetje met soep en een giechelend mannetje in een gorilla kostuum in de achtergrond. William en Lucy, de Mercerkinderen durfden er allebei niet in (“This is totally creeping me out, dad!”) maar mijn stoere Hollandse nageslacht vond het juist leuk.

Nou, en nu is het kouder aan het worden: we gaan straks naar een ski-swap, wat ook een najaarsritueel schijnt te zijn, kijken of we langlaufskis en sneeuwschoenen kunnen vinden en sneeuwlaarzen voor Sebas; en we wachten op de echte sneeuw. Er was al een centimetertje op het deck, het bos was prachtig – en Mount Mansfield had een soort witte zachte muts die vooral in de schemering wel verlicht leek te zijn.

Goed, ik moet weer verder: ik zit in het cafe naast Iris’ Kung Fu (waar ze erg van geniet, en enorm goed alle pasjes van onthoudt!) maar ze is zodadelijk weer klaar en wil graag dat ik wat zie.

Heel veel liefs daar in Nederland – tot volgende week! Ga ik maar eens proberen.
Take care guys, zoenen –

Anita

Comments (2)

Tijd voor de Harvest Festivals

Hoog tijd voor een nieuwe blog!

De tijd vliegt, tegenwoordig: sinds de school begonnen is hebben we niet meer die eindeloze lange zomerdagen waar de kinderen uuuren Donals Duck pockets lezen en op de trampoline springen en we misschien nog met een grilled cheese sandwich en twee grote en twee kleine lemonades bij het riviertje zitten, al deden we dat wel vorige week zondag toen het nog even heel warm was.
Maar nu staan we om kwart voor zeven op – eten ontbijt en smeren geen broodjes – hoera en halleluja! – de kinderen krijgen alles op school, ook Snacks (waar ouders dan geschokt over doen maar dat kan ons niks schelen, ze krijgen appels en crackers en popcorn en dat zouden ze van ons ook krijgen (nouja niet die popcorn)) maar verder vertellen ze elke dag voornamelijk enthousiast over wat ze ‘voor lunch’ hadden (af en toe beginnen er al gaten in hun Nederlands te vallen), ‘mini salad bar’, vinden ze allebei geweldig, en cheese pizza, en sommige dingen zijn vies – pasta met taco saus bijvoorbeeld, en macaroni met pepperoni. Maar verder zijn ze erg blij, op school. En tsjonge, dat zal ook wel, want het is een gigantische school met ontzettend veel aanbod –muziek en ‘art’ en iets dat ‘guidance’ heet, daar is een speciale leraar voor, Mr. Lane, waar iedereen geloof ik een beetje verliefd op is (inclusief een aantal moeders, hij wordt altijd heel liefdevol begroet ‘s morgens). Mr Lane spelt gitaar en komt 1 keer per week in de klas om te praten over hoe je je sociaal moet gedragen: ‘bumpy’ en ‘smooth’, gaat het dan over, in het kort of je relaxt omgaat met kinderen die moeilijk doen of kwaad of bang. Nouja, het klinkt misschien heel brainwasherig maar de kinderen vinden het geweldig, ze doen toneelstukjes waar iemand heel irritant (mag) doen en de andere dan reageert, of ze beelden dingen uit en de andere kinderen moeten raden wat het is, vooral Iris vindt het helemaal geweldig. En Sebastiaan is met de hakken over de sloot (hij had de breukensommen nog nooit gehad en dus niet beantwoord) in het begaafdenbijlesklasje gekomen waar hij nou echt een soort algebra heeft, en komt thuis met elke dag huiswerk en soms is het echt moeilijk en moet hij voorwaar nadenken – laatst ging het over ‘word heritage’ en moest hij opzoeken waar het woord ‘relative’ – als bijvoegelijk naamwoord -vandaan komt , en wat de synoniemen en antoniemen zijn, en dan schrijven ze met elkaar in de klas op een soort chatroompje, en hij doet heel nerdy en schirjft over Einstein waar hij net een boek over had uit de ook al gigantische schoolbibliotheek. Dus! ‘Ik vind school hier eigenlijk leuk’, zei Iris, heel verbaasd, vorige week – terwijl ze toch ook op de Regenboog heel tevreden was.
En verder hebben ze schermen en Kung Fu (Iris, nu – ik zit in een cafeetje aan de snelweg naast de Kung Fu school terwijl zij les heeft, ze hebben hier hele goede koffie en internet) en Cub Scouts en piano, en ik doe minstens een en probeer twee keer per week yoga, en Chris schermt ook en heeft zich bij de Vermont Green Builders Association aangesloten. En ik wil nog ergens op een koortje. Maar we beginnen dus echt wat verweven te raken met het sociale netwerk hier en slaan wortelhaartjes uit. En er is steeds van alles: we gingen naadloos van de Summer Festivals (met muziek en picknicken en zo, we zijn er maar naar 1 gegaan maar ze waren steeds) over in de Harvest Festival, dit hele weekend is er van alles met Barns Sales (dat is heit zowiezo de weekend hobby, soort Koninginnedag het hele jaar door, Iris vindt het geweldig, ik vind het i.h.a. vreselijk (al die troep!) maar toch kochten we gisteren bij de kerk een broodnodige boekenkast en een klerenkastje voor Sebastiaan en een Magic-8 ball en de electrische wekker uit Chris’ jeugd, waar hij eigenlijk al die jaren al naar hunkert zonder het zelf te beseffen. En ons huis wordt een soort Amerikaans uit de jaren ’70, beetje Mad Men decor (als je dat kent: zo niet dan onmiddellijk huren/kopen/zien!), met porceleinen kippetjes als zoutvaatjes en een metalen bladenmand met gesmeden fruit erop en nu dus deze wekker:

Wat is de wereld toch ongelofelijk he, dan Google Image je gewoon ‘80ies electric alarm clock’ en daar is ie maarzo.

Nou en verder werk ik, elke dag in mijn kleine stille kantoortje in het hippe deel van Burlington, en af en toe staat Sarah zomaar ineens voor mijn bureau en dan gaan we drie uur koffie drinken waarna ik me schuldig weer aan het werk haast, dus dat is heel leuk. En verder zien we Kim en Vincent komt langs en volgende week komt mijn moeder, hoera, hoera, wel twee weken lang! En daarna ben ik een week in Nederland, ik moet even zien wanneer waar maar wil graag zoveel mogelijk mensen zien, natuurlijk!

Maar eerst heeft Chris maandag zijn sleutelbeenoperatie dan eindelijk, een grote operatie die wel vier uur kan duren als ze ook nog rode bloedcelletjes moeten ophalen uit zijn heup of schouderblad. En moet dan zeker een week plat, wat onhandig is want ik ga donderdag en vrijdag naar Toronto – maar daarna is mamma er dus, en ik, en het zal hopelijk allemaal wel goed gaan. Maar we zijn er allemaal een beetje zenuwachtig over, nu.

Okee! Iris is zowat klaar – het is een heel lief klasje met drie allemaal een beetje onhandige kinderen, een beetje groot en roodharig, van zes en acht en elf, ofzo, en wordt door de grote Meester gegeven die het enorm leuk doet en veel te snel gaat zodat ze het helemaal niet snappen maar dan toch weer herhaalt en dan zijn ze heel trots. Zij vindt het geweldig en oefent steeds haar Forms, ze ziet er heel officieel en stoer uit.

Dus. Veel liefs daar in het natte Nederland. Tot snel!

Anita

Comments (1)

‘Ich bin Ein Vermonter!’, of: Waarom we eigenlijk in Canada wonen.

Een van de meest opvallende dingen in de omgang met mensen hier is dat, tot gisteravond, niemand me ooit vroeg hoe ik het vond om nu, als Nederlander, in Amerika te zijn. Niemand. Maar bijna iedereen vroeg daarentegen wat wij, als niet-Vermonters, nu van Vermont vinden, van de Vermonters, en of we al een beetje contact hebben gemaakt. En dan zeggen ze bijna allemaal dat dat wel niet zo makkelijk geweest zal zijn, omdat Vermonters stug en onvriendelijk zijn, niet zo aardig en makkelijk als mensen in New Jersey/Wyoming/Ohio, of waar ze dan ook nog maar meer gewoond hebben. (Maar het zijn dus allemaal hele aardige en toegangelijke mensen, die dit zeggen.) De Vermontse identiteit overstijgt verre de Amerikaanse, en iedereen is zich voortdurend bewust van hun/ons Vermonter-niet-Vermonterschap. Het algemene idee is dat ‘echte’ Vermonters hier al generaties lang vandaan komen, niemand van buiten accepteren, en dat pas onze kleinkinderen zich misschien Vermonters kunnen noemen (al noemen ze zich dan vast nog steeds ‘Dutch’). ‘Echte’ Vermonters zijn klein – Chris is hier een boom van een vent, terwijl hij in Nederland een kort mannetje was – ze hebben een donker uiterlijk (bruin haar e.d.) en hebben vaak een Franse naam. Het zijn eigenlijk, kortom, Quebecois, – en Vermont is eigenlijk een stukje Frans-Canada wat betreft z’n geschiedenis – dezelfde indianenstammen, dezelfde ‘trappers’, dezelfde tradities van bos en bevers en birch bark canoes.

Van die achterdocht hebben we nog niet veel gemerkt – maar iedereen kijkt wel inderdaad de kat uit de boom. Onze ‘boven’buren, een echtpaar dat verder op onze oprijlaan woont, zagen we pas na twee weken, toen wij maar naar ze toe gingen. En pas eergister zijn ze komen eten – erg aardige en inderdaad erg korte mensen; en toen kwamen ze met een prachtige ‘welcome’ basket vol zelfingemaakte pickles en zelfgemaakte wijn. Maar die tijd die nodig is voor toenadering, die is dus anders, geloof ik. En mensen kijken soms verbaasd als wij bij Joe’s Snackbar

Nederlands praten – maar niemand vraagt ooit of we buitenlanders zijn, of wat we praten, het blijft enorm discreet. Ondanks dit alles hebben wij totnutoe een bloeiend sociaal leven, vergeleken met Nederland, we hebben voortdurend mensen te eten, gister ging ik naar een kroeg met Kim, en ik heb al drie keer met Sarah gelunchd – dus het valt enorm mee, met dat isolement, en dan is de school nog niet eens begonnen.

Maar gisteravond, toen ik eindelijk wat met Kim ging drinken (we speelden al een week phone tag, zij had steeds toch iets anders of was niet bereikbaar via haar cell phone en dan belde ze net als ik even weg was) – zij werd gek, zei ze, want haar man die photojournalist is gaat 7 September naar Afghanistan en dan is ze alleen met de kinderen en ze heeft net een nieuwe baan en het razend druk dus ze wou even wat ‘girl time’, en ik was natuurlijk blij en vereerd die met haar door te brengen – enfin dus we gingen naar de bar van een hotel hier in de buurt, waar een man banjo zat te spelen en het vol met hotelgasten zat maar eigenlijk wel erg leuk, net een Engelse pub. En op een gegeven moment vroeg Kim mij heel nadrukkelijk of ik eigenlijk van plan was Amerikaan te worden. Toen ik zei dat ik in eerste instantie niet eens een green card mag (omdat de Amerikaanse immigratiedienst vindt dat ik de vorige ‘abandoned’ heb, in de steek gelaten (ik moest hem bij aankomst in Boston een keer afstaan)) enfin, toen ik dus zei dat ik dacht van niet, keek ze mij ernstig aan en zei dat ik daar maar over moest liegen, als ik andere mensen tegen kwam, want dat mensen het mij wel zouden aanrekenen als ik wel genoot van de geweldige ‘services’ in het Land of the Free, maar niet Patriot genoeg was om me zelf Amerikaan te (willen) noemen. Ik was stomverbaasd – Chris ook, toen ik het hem vertelde, maar ze meende het wel, en zei dat ze wel een probleem hadden met buitenlanders die de Amerikaanse politiek niets interesseert, omdat het hun regering niet is. (Wat Chris trouwens nog steeds onzin vond).

Ik vind Kim erg interessant, ook omdat ze ontzettend politiek aktief is: ze werkt voor de Vermontse senator Bernie Sanders, een van de weinige senators die zichzelf in dit land, in deze tijd, socialist durft te noemen. Kijk even naar deze clip: http://videocafe.crooksandliars.com/heather/bernie-sanders-va-socialized-health-care-system waarin hij stelt dat de VA – de Veteran’s Administration, de gezondheidszorg van het leger – een socialistisch systeem is, tegen John McCain (die senator is van Arizona). Die man dus – in Vermont een held, en zeer zeker iemand die het algemene gevoel in Vermont vertegenwoordigt. Wat dus ook daardoor eigenlijk veel meer op Canada lijkt. Zaken als het homohuwelijk en sociale gezondheidszorg zijn hier vanzelfsprekend, die in andere delen van Amerika verafschuwd en verguisd zijn. Het slogan onder wat rechterse Vermonters is dat ‘Vermont is very bad for businesses’ omdat er allerlei wetten zijn die consumenten beschermen, dus allerlei (uitbuiterige) bedrijven vestigen zich hier niet eens (we konden bijvoorbeeld maar uit twee ‘Health Insurance’ bedrijven kiezen). De wetten tegen landschapsvervuiling en het bebouwen van industrieel terrein zijn veel strenger dan, bijvoorbeeld, in buurstaat New Hampshire: waardoor Vermont, als je er doorheen rijdt, veel mooier en ongerepter is, maar ook allerlei industrie dus niet heeft. En er is een enorme nadruk op zelfbestuur – niet alleen in de staat, maar ook op veel kleinere schaal, op dat van de county en van de town.

Wij wonen in Jericho, een stadje van 5000 mensen, en die heeft zijn eigen gemeentebestuurtje, een groep vrijwilligers die heet de ‘Select Board’, en daarin zaten vroeger de Select Men, maar nu de Select Persons. En Kim is ook een Select Person, en vertelde over de vergaderingen daarvan – vol ‘old boys’ die de dingen al jaren zo doen, waar zij dan tegen in probeert te gaan. Ze beslissen van alles: van de budgetten voor de school tot het al dan niet aanleggen van nieuwe wegen (niet Interstates, en ook niet State Roads, maar wel bijvoorbeeld het bestraten of repareren van kleinere ‘local’ roads); en ze zijn momenteel bezig met een ‘Burn Ordinance’, een wetgeving over wie wat wanneer en hoe mag verbranden, wat dus ook per stad(je) wordt bepaald. Meer details kun je hier vinden… http://kimmercer-jerichosb.blogspot.com/. En wat dat betreft is die nadruk op zelfbestuur en behoefte iedereen er bij te betrekken wel weer erg Amerikaans – erg ‘frontier’ ook: wij hebben geen mensen in Washington nodig om ons te vertellen hoe we onze problemen oplossen of ons geld uitgeven. En dan hangt er dus bij de (enige) pinautomaat in het stadje een lijst met dingen die worden besloten op de volgende vergadering, en kan je met een kruisje naast je naam erover stemmen.

Een ander voorbeeld van zelfsbestuur en ‘burgerbetrokkenheid’ is het concept van de CSA, de Community-Supported Agriculture. Het idee is dat in plaats van dat mensen eten van ver weg in een supermarkt kopen, en boeren grote bedrijven hebben zodat ze winst kunnen maken op de export, er hier een aantal boeren (die groenten, fruit, vlees, kaas maken) samen een soort club beginnen, waar je lid van kan worden. Je betaalt een bedrag per seizoen, en neemt een ‘abonnement’ op vlees, groente of een ‘settlervore’ dwz brood, kaas en eieren. Een boerderij is het verzamelpunt, en daar ga je een keer per week heen om je ‘share’ op te halen: in ons geval een boerderij hier in de buurt op een idyllische plek ligt, waar we een grote rustieke mand vol halen met vlees, brood, kaas en enorme bergen groente. Wat ‘in season’ is kan je op de boerderij plukken: op dit moment bakken verschillende soorten ontzettend zoete tomaten en zakken vol met boontjes, en bloemen en kruiden die je met een schaartje langs de rijen afknipt. “the kids love it,” matuurlijk, en je komt tussen de bonenrijen altijd hele blij-kijkende hippie-achtige ‘stay-at-hom-moms’ tegen die hun kleine Hunter of Abigail vragen om de boontjes er een beetje vriendelijk af te rukken en niet met hun kleine Crocjes in de bloemetjes te stampen ‘honey, please!’. Het eten is werkelijk fantastisch – zoete tomaten, geweldige mais, biologisch vlees. We maken eindeloos veel pasta met tomatensaus en hele grote salades met drie kleuren worteltjes en vijf soorten tomaat.

Ik word per definitie nooit een echte Vermonter. Maar ik ben zelden zo dicht bij het land geweest, als hier.

Comments (2)

Verdelgblog- vervolg

13 augustus alweer!

Sorry!! Ik heb veel te lang geen blog geschreven, en de vorige niet eens afgemaakt! Veel te druk met leven, maar het is natuurlijk ontzettend hoog tijd om jullie daarvan op de hoogte te stellen.

Dus!

Sinds mijn vorige stukje zijn wij op een klein vakantietje geweest, hebben een poesje geadopteerd, en ik heb een kantoor gehuurd. En ‘as we speak’ (ik zit nu trouwens in de trein van New York naar Philadelphia, was een dag in New York voor werk, ga vanavond weer naar huis) is waarschijnlijk de lumber jack bezig met een graafmachine de bomen om te duwen, althans de verdoemde bomen die Chris met van die cryptische roze tape die je altijd in bossom om bomen ziet (waarvan we nu dus een rol in de garage hebben, en ook een spuitbus met van die roze verf!) heeft omwikkeld als zijnde rijp voor de slacht. Dus, nog even dat bomen-verhaal afmaken: bomen kunnen op je huis vallen en nemen zonlicht en uitzicht weg, en dat zijn zo’n beetje de voornaamste redenen dat vrijwel iedereen die even in Vermont (en Maine, en New Hampshire, en Oregon, etc. etc) in het bos woont de bomen om z’n huis heen kapt. We hadden de vorige bewoners te eten – het lieve hippiegezin Bobby (man), Jessamy (vrouw), Aoife (Spreek uit ‘Ievie’, meisje van twee) en baby Jude (jongen, ik zeg het maar even), die ons huis in zulke mooie kleuren schilderden – en Bobby vertelde dat hij ze eigenlijk ook wilde kappen (om dezelfde reden), maar Jessamy dit het geveto’d en had gezegd ‘it just doesn’t seem right to kill those living things’… Maar ja, Jessamy is ook tegen het inenten van kinderen (wat ik/wij een levensgevaarlijke trend vinden) en tegen wegwerpluiers (idem dito J!) en er zijn nog zeker 10.000 andere ‘living things’ op ons land, dus we gaan toch maar voor veilig en zon. En komt vandaag of morgen de lumber jack ze omduwen.

Ken je de Monty Python Lumber Jack sketch, waarin een lumber jack een steeds meisjesachtiger kleren aantrekt? Zo nee, bekijk die dan even voor je doorleest – liedje begint op 4:00. Nou wij hebben dus ook een lumber jack en in plaats van een boomlange kerel met een (dus) houthakkershemd is het een heel klein mannetje (half hoofd kleiner dan ik) met een hoog stemmetje die zeer, ik kan het niet anders zeggen, nichterig tegen Chris zei, toen hij zag hoeveel jonge boompjes Chris voor ons huis had omgehakt “Well, haven’t you been busy!” En ze zagen de bomen dus helemaal niet eens om (want duurt eindeloos en dan moet die stronk er nog uit) maar ze duwen ze gewoon om met een ‘backhoe’, zo’n gele graafmachine met een schep voor en achter, ‘Scoop’ van Bob de Bouwer zeg maar (o ja: klik op de plaatjes voor een grotere versie):

En daarmee duwen ze ze om. En dan kunnen ze de bomen meenemen – wij laten ongeveer twintig bomen doen, die slepen ze dan weg naar de zaagmolen waar ze er planken van maken, en dan zijn de kosten van het omgooien en weghalen ongeveer evenveel als je voor het hout krijgt – dus in totaal is het dan als het ware gratis – maar Chris wil het hout houden en gebruiken, voor planken om een terrastuin, en om zijn ‘huisje in het bos’ mee te bouwen, en een pad ernaartoe (over het drassige stukje achter ons huis). En dan zijn er dus ook ‘sawyers’ – vandaar Tom Sawyer, dus – dat zijn mensen die aan huis komen met een zaagmachine op een truck en ter plekke de bomen in planken zagen. Die vind je hier gewoon in de Gouden Gids.

Tot zover de bomen! Ondertussen vind ik het ook wel een beetje erg, en het stuk voor ons huis is wat slagvelderig:


maar het is wel fijn meer licht en uitzicht te hebben – we kunnen nu heel Mount Mansfield heel goed zien


en het is geweldig elke ochtend/middag/avond even te kijken hoe de berg er nu weer uitziet, soms in de wolken maar meestal wel te zien, groen of blauwig of gelig in de zon.

…tot zover…

Zeer binnenkort meer: over het geweldige eten van de Community Supported Agriculture, over ons jonge katje (geadopteerd van Sebastiaan’s pianoleraar), over mijn nieuwe kantoor, over Sebstiaan’s zeilkamp en Iris’ tandoperatie. Maar nu moet ik eerst gewoon dit maar posten anders komt er nooit nieuws – ik probeer vanavond meer te schrijven.

Veel liefs aan jullie allemaal!

Anita

Comments (2)

Verdelgblog

(dit is een oud stukje blog van 23 Juli, niet afgemaakt)

“De natuur is mooi, maar je moet er wel wat bij te drinken hebben.”

Willem Kloos/Gerard Reve? (heb geen duidelijke verwijzing kunnen vinden!)

We komen er zolangzamerhand achter dat mensen die echt in de natuur wonen, een groot deel van hun tijd besteden aan het vernietigen ervan. De natuur is op gepaste afstand prachtig. Maar van dichtbij prikt, steekt, krast, bijt, en krabt zij: veroorzaakt gigantische jeukende bulten en uitslag die over het hele lichaam verspreidt. Of de natuur valt op je huis of op de electriciteitsdraden die (al in een Western) nog steeds het merendeel van Amerika bekabelen: donderdag kwamen we thuis en merkten dat de garagadeur, het formuis, de ijskast en de waterpomp (en dus het water) het niet deden. Het werd donker, de kinderen waren nat (Sebastiaan, uit het meer) en moe en we konden dus niet koken. Gelukkig deed mijn Blackberry het nog wel, en daarop zochten we naar restaurants in de buurt. Er bleek een Chinees te zitten naast de Price Chopper, en die weer naast een Hardware Store waar we lantaarns konden kopen. Dus we haalden (het bleek alleen een afhaal te zijn) van die interessante paralelogrammatische bakjes met een metalen afsluitdraadje waar Amerikaans Chinees eten altijd in komt, en hele lekkere dumplings en oké-e kip met broccoli en goeie garnalen met peultjes, en aten bij dit alles op bij het licht van de lantaarn, en de kinderen gingen elk met een nieuw zaklampje naar bed. En voordat ze in slaap vielen deed alles het ineens weer. Er bleek een gigantische boom op de draden bij de weg die naar onze weg leidt, gevallen te zijn.

En mede daardoor is Chris verdubbeld in zijn plannen om de bomen  vlak naast ons huis om te kappen. Hij had een afspraak met Scott, the Forest Guy, die hem vertelde dat alle dennen vlak naast ons huis inderdaad best op het huis zouden kunnen vallen.

Leave a Comment

Older Posts »