Blog van mijn nieuwe computer

Met David Bowie op de achtergrond, en een Backup Disk aan de Firewire poort, begin ik aan mijn eerste blog op deze gloednieuwe computer.

De vorige is een tragische dood gestorven toen ik aan een eerdere (poetische, grappige en heeele lange!) blog bezig was, drie dagen geleden op de ‘deck’, ‘s ochtends, toen ik voor het eerst in tijden alleen thuis was. Eerst leek alles nog okee, maar toen verscheen eerst een omineus batterijtje met een bliksemflitsje erdoor, en toen kwam een zielig streperig appeltje erop, en toen niets, helemaal niets.

Ik was er twee dagen van slag van. Hoewel ik de meeste dingen bewaard heb – goddank heb ik alles voor mijn proefschrift op een usb-stikje gezet, en al mijn artikelen ooit – maar al mijn praatjes zijn weg, bijvoorbeeld, en al mijn muziek, en alle Elsevier documenten en alle foto’s. Ik heb hem naar een Mac-dealer hier gebracht die hopelijk, hopelijk de harde schijf nog kunnen redden – hoewel de vriendelijk bebaarde nerd van de helpdesk (letterlijk een bureautje achterin) mij uitlegde dat reparatie, na ‘liquid damage’, over het algemeen niet mogelijk was –  en in een klap een nieuwe computer gekocht, een aluminium 13” MacBook Pro: – mooi hoor, maar ik ben er nog een beetje verbitterd mee, nog niet echt blij. Al is hij sneller en veel leger en op allerlei manieren mooier en beter.

Enfin!

Nou. Dus! Daar zijn we dan.

‘Kak nastroyenya’, how is de stemming, vragen Russen nu.

Ik ben eigenlijk een groot deel van de dag heel gelukkig: nog wat in de war, maar wel gelukkig. Het is hier zo ontzettend fijn.
Ten eerste is het overal echt zo ontzettend, ongelofelijk mooi, zonder dat het daar erg zijn best voor doet. Overal is gewoon bos en zijn bergen, en dat is het zo’n beetje: nou zijn we de laatste dagen wel erg bezig geweest met dingen kopen – God wat hebben we een boel dingen gekocht- maar toch is het van en naar ook die grote winkels – de Best Buy voor electronica (met twee vruchteloze pogingen een Router te kopen voor ons draadloze netwerk, waarom wordt dat toch altijd zo idioot moeilijk gemaakt, zo ingewikkeld zou dat toch echt niet hoeven moeten zijn) en een tv en een stofzuiger en een printer – en naar de Bed Bath and Beyond waar we vandaag twee complete inrichtingen voor de kamers van de kinderen hebben gekocht, waar ze nu in slapen, met bedden van de tweedehandswinkels en matrassen van de Underpriced Mattress winkel – maar van en naar dat alles is het nog steeds ontzettend mooi overal, en steeds doorkijkjes op prachtige watervallen en Mount Mansfield in de achtergrond, de berg hier, en bos en gras af en toe en meertjes en rivieren. Prachtig, echt.

En de mensen, die erg, erg aardig zijn. Ook op een soort onnadrukkelijke manier. Ze vragen allemaal waarom we nou in Godsnaam hier, of all places, naar toe zijn gekomen, – zij komen hier allemaal vandaan, en hun ouders vaak ook al – en vervolgens zeggen ze dat zij ook geloven (maar heel bescheiden) dat dit waarschijnlijk wel de fijnste plek op aarde is, vooral ‘to raise kids’, het is veilig en buiten en mooi en de mensen zijn lief en er is ruimte.

En dan ben ik erg bezig, met of de kinderen nog wel gelukkig zijn en schoon genoeg en met gepoetste tandjes en goed gevoed, en of we het boodschappenlijstje wel meehebben, en of de Router het nou eindelijk doet.

En dan ’s middags, steevast rond een uur of vier, ben ik melancholiek. Dat mijn computer stuk is, en alles hier zo raar – je moet overal naartoe rijden, en het ruikt raar, en ik ken hier niet echt iemand behalve Vincent maar die is ook erg in zijn eigen kringetje aan het ronddraaien, en wat zijn we toch op onszelf teruggeworpen, en wat doen we hier eigenlijk in Godsnaam, en hoe kunnen we de kinderen dit aandoen!

En dat duurt dan even.

En dan moeten we weer koken, en eten, en dat is fijn en nieuw en lekker (we hadden allerlei local organic peperduur eten op de Farmer’s Market gekocht waar de vorige bewoners met een kraampje stonden, in de bloedhitte; of we halen mais en worstjes bij de Price Chopper, onze winkel die veel fijner is dan de naam doet vermoeden waar ik vandaag een heel leuk gesprekje had met een mevrouw over hoe onlogisch dingen toch altijd in supermarkten niet bij elkaar staan) en dan moeten de kinderen alweer naar bed en dan zakken wij zelf ook uitgeput in elkaar onder de ventilator want het is nog steeds bloedheet hiero.

Nou, het is al tien uur maar liefst! Hoog tijd om te gaan slapen. Ik weet niet of het nog een restje jetlag of de algehele verbijstering is, maar we zijn allemaal elke avond doodop. Later meer.

Veel zoenen – ik mis jullie allemaal heel erg, elke dag tussen vier en zes.

-a.

Advertisements

1 Comment »

  1. Simon Pepping said

    Veel geluk in VT

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: