November In Vermont

Het is heel erg ontzettend enorm hoog tijd voor een blog! Want ik was in Nederland, en ben al bijna twee week terug, en weken en weken sinds mijn laatste geschrijf. Het was leuk om even in Nederland te zijn: heel veel mensen gezien en Jan en David’s verjaardag meegemaakt en mijn beide zussen en veel vriendinnen en een enkele vriend (want daar heb ik ook maar een paar van…) Fijn, om jullie allemaal te zien, en dat het met iedereen zo goed gaat, en gewoon door, met alles – kinderen worden groter en mensen ouder (“De grijsaard sterft, de jongeling groeit op’, zoals Oblomov zegt). En Nederland was vertrouwd maar sommige dingen waren raar, en anders: wanneer heeft iedereen die roze ‘piep’-kaartjes voor de trein gekregen? En wat is dit voor waanzin met het kabinet, dat was echt het grootste verschil: ik kon maar niet begrijpen hoe Wilders ineens zo geaccepteerd en belangrijk was, dat was in de zomer echt anders – een herfst waarin Rutte c.s. het volk echt hebben murwgebeukt, kennelijk – ik begreep niet hoe dit ineens kon en zocht vergeefs in de kranten naar de woede maar iedereen had zich er, geloof ik, al gelaten bij neergelaten? Het was een beetje (hoewel minder heftig) als de keer dat wij in November 2001 naar New York teruggingen en als enigen niet ‘9/11’ van dichtbij hadden meegemaakt en niets begrepen van de razernij en het anti-moslim gevoel dat toen zelfs onze linkse vrienden hadden. Nou en verder was Nederland nat, natuurlijk, maar ik vond het mooi en de mensen aardig – een lieve kapster uit Koog aan de Zaan die mij knipte, de Griekse obers bij de Griek waar ik at, met Karin en Lieneke, de bediening in het enorm fijne maar verrassend spartaanse Lloyd hotel waar ik logeerde, – een soort sjieke jeugdherberg voor kunstartiesten.

Maar het rare was: hoewel ik alles natuurlijk alles heel goed kende en wist (hoe je je gedraagt in een volle tram, de mate waarin je mag duwen’; hoe je aferekent bij de Hema, hoe veel je kletsts (iets waarvan ik hier altijd het gevoel heb dat ik het of te veel of te weinig doe, de ontzettend aardige jongen bij de Sunoco die daar zo’n beetje woont altijd te snel afkap, of te lang blijf hangen in een poging tot een gesprek) en de wc’s en het eten natuurlijk alle nuances van de taal – maar toch voelde het niet als thuis, gek genoeg. En toen ik terugkwam, hier in de bergen met al die bomen, zoals Mamma zei, en de eerste sneeuw in oktober en nieuwe gewoontes – in mijn Subaru met een gigabeker Green Mountain Coffee een groene berg afdenderen, luisterend naar Vermont Public Radio – en de yoga, en heel lang thee drinken met Sarah (die er echt tien minuten over doet om te besluiten wat voor thee ze wil) – al die nieuwe dingen, dat is thuis. Raar, hoe snel dat gaat, en waar het van afhangt – van waar je gezin is, natuurlijk, maar er is iets anders, iets diepers, een diep persoonlijk schakelaartje dat op ‘dit is thuis’ staat, wat mij zo enorm in verwarring bracht de eerste paar maanden hier.

En nu zijn we midden in de herfst, en er zijn allemaal Dingen – Halloween hebben we uitbundig gevierd, met Kim Mercer en haar gezin die ons op sleeptouw namen en lieten zijn wat men hier doet met Halloween: zo gaat iedereen naar The Haunted Forest, een soort theater in een bos, gemaakt door amateurs met hele lieve geschilderde decors en we liepen in groepjes van twintig Vermonters tegelijk (maar er waren zeker vijfhonderd mensen de middag dat wij gingen, het was bomvol en mensen wachtten zonder te klagen meer dan een uur om aan de beurt te zijn – Kim en Ryan trokken ons naar hun ‘line’ waardoor wij voor mochten) door een heel nat bos vol met honderden prachtig uitgesneden pompoenen waar amateurs kleine stukjes opvoerden.

De kinderen vonden het geweldig: Iris vond de heksen eng en de spoken grappig, en ik vond het bos en de entourage vooral erg mooi, en Kim zat wat te mopperen dat het ook elk jaar hetzelfde was en of ze nou niet eens wat anders konden bedenken. Er is iets heel fijns aan als iemand klaagt over hoe een ervaring die voor jou volstrekt nieuw is, saai en oud begint te worden. Ik denk omdat het je ten eerste het gevoel geeft dat jij dat niet hebt (juist nieuw, en spannend!) en ook omdat je weet dat je dan dus met een echt routinier op stap bent, dus het is nieuw en spannend en je bent met een ervaren rot mee. Nou en op Halloween zelf gingen we weer met de Mercers mee, in hun auto waar acht mensen in kunnen (Kim wou ons geloof ik ons vooral mee zodat er ook eindelijk eens acht mensen in zaten, ze zit er qua milieu nogal over in dat ze zo’n grote auto hebben) en iedereen was aangekleed maar je zag er niks van omdat het zo ontzettend donker was, en de kinderen belden aan en riepen ‘Trick or Treat!’. Kortom: inderdaad 11 november zonder liedjes of lampjes maar met kostuums en pompoenen, en gigantische porties echt snoep, niks geen mandarijntjesflauwekul. Bij de Jericho Country Store hadden ze een Haunted Barn opgezet waar je in mocht, en die was echt eng – afgehakte rubber hoofden in de vriezer en net-echte ogen in een pannetje met soep en een giechelend mannetje in een gorilla kostuum in de achtergrond. William en Lucy, de Mercerkinderen durfden er allebei niet in (“This is totally creeping me out, dad!”) maar mijn stoere Hollandse nageslacht vond het juist leuk.

Nou, en nu is het kouder aan het worden: we gaan straks naar een ski-swap, wat ook een najaarsritueel schijnt te zijn, kijken of we langlaufskis en sneeuwschoenen kunnen vinden en sneeuwlaarzen voor Sebas; en we wachten op de echte sneeuw. Er was al een centimetertje op het deck, het bos was prachtig – en Mount Mansfield had een soort witte zachte muts die vooral in de schemering wel verlicht leek te zijn.

Goed, ik moet weer verder: ik zit in het cafe naast Iris’ Kung Fu (waar ze erg van geniet, en enorm goed alle pasjes van onthoudt!) maar ze is zodadelijk weer klaar en wil graag dat ik wat zie.

Heel veel liefs daar in Nederland – tot volgende week! Ga ik maar eens proberen.
Take care guys, zoenen –

Anita

Advertisements

2 Comments »

  1. anitawaard said

    Leuk om weer eens wat van je te horen. Ik vind het ook leuk dat ik me er van alles bij kan voorstellen: het cafe waar je dit schrijft ( naast de Kung Fu academy) en de kinderen van Kim en de Country Store, enz. Hier alles best, ik heb dus Jan van Loeff op bezoek gehad; een beste man, maar hij wil meer dan ik en hij mist zoveel wat Papa had: gevoel voor humor, scherpte, warmte en allerlei dingen,. Hij is gewoon eenzaam en denkt nu in mij iemand gevonden te hebben om “de eenzaamheid op te lossen”….Wat wel leuk was: we zijn op bezoek geweest bij Adriaan Blauw, een astronoom van wereldnaam ( echt waar!) van 96 (!), die in Haren woont. Van scherpte gesproken: zo scherp als een mes en vol verhalen over Chili, waar hij zeer betrokken was bij de bouw van een sterrenwacht daar. Ik hing aan zijn lippen , zo boeiend kon hij vertellen. Dus zo is het hier: ik ga vanmiddag waarschijnlijk naar een modeshow van Betty Mook’s schoonzusje in Winsum; lijkt me wel leuk. Tot ziens! Mamma

  2. ZusMarjet said

    Wauw Anita, klinkt of je waanzinnig bent ingeburgerd daar – werkelijk voor de volle 1000 procent!!! En zo snel al! Wie zijn de Mercers eigenlijk, buren? En Sarah? In ieder geval komen wij dus begin juni jullie kant op, ben benieuwd!

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: