Archive for Private

Blog op een zonnige zaterdagochtend

Het is zaterdagochtend,  en ik zit eindelijk weer eens in het heerlijke Firebird café. Vorig jaar schreef ik hier ook een blog toen het net jachtseizoen werd, en toen was alles nog nieuw en een beetje spannend. Nu kennen ze hier ons hele gezin bij naam, en weten dat als ik kom ik een ‘Pork carnitas with no avocado and extra sauce’ mee wil nemen voor Chris, en dat er vast iets is dat hij er niet is (meestal blijf ik thuis met Sebastiaan). En dat klopt: Chris had ontzettend hoofdpijn vanmorgen: misschien krijgt hij nu de griep waar ik de hele week mee in bed gelegen heb, met koppijn, koorts en een zeurende gewrichtspijn waardoor alles zuur en naar leek, blech. Maar ik ben weer op, hoera hoera en voel me alsof er een gewicht van 20 kilo van mijn schouders af is, blij met het leven en de bacon-egg and chipotle on an English muffin van Ryan, de kok hier.

En Chris slaapt uit. Iris doet Kung Fu wat ze nog steeds geweldig vindt: ze doet heel hard haar best en heeft al gele band (ze zijn erg non-competatief of -ostentatief met de banden, ze worden achteloos zo af en toe uitgereikt, de Vermont Kung Fu Academy is echt de minst macho vechtschool die ik ooit heb gezien, met allemaal lieve zachte jongens die de kindertjes met eindeloos geduld nog een de eerste ‘form’ uitleggen) en rent rond en maakt grapjes en heeft vriendschappen met allerlei jongetjes die ik nooit goed uit elkaar hou (‘No Mom that’s Alec, not Alex, can’t you keep them apart?’) en kan tot tien tellen in het Chinees, en wil nou graag Chinees leren, wat ons een geweldig idee lijkt. Zij kan het nog leren! Soms wil je gewoon dat je kind iets leert omdat het jou niet meer zal lukken, zoals ik hoop en stimuleer dat Sebastiaan leert programmeren omdat mij dat nooit is gelukt. En Sebas zit tegenover mij op zijn laptop waar hij nog steeds elke dag erg gelukkig mee is (zie foto).

Eerst was hij nog redelijk didactisch bezig in ‘Paint’ een tekening te maken, maar nou zoekt hij gewoon de scores op van diverse Pokemon-figuren op zijn 3DS spelletje (dank, Mireille, ook dagelijks dank) – nouja. Straks wel weer volkorenbrood bakken en kraaltjes rijgen, bij wijze van spreken.

Eigenlijk moeten we echt straks 24 cupcakes bakken:  vanavond is bij de Phoenix Book Store bij ons in de buurt ‘A Dangerous Night of Writing’ in het kader van het ‘National Novel Writing Month – NaNoWriMo’ waar Sebastiaan via school aan mee doet. Het idee is dat je in een maand (november) een roman schrijft – en Sebas gaat twee keer per week na school er een paar uur heen en zit dan met vriendjes op computers te schrijven, hij maakt een lang verhaal dat ‘The Revenge of the Beest’ heet (nederlandse spelling is met opzet) waar een aantal van zijn Nederlandse en Amerikaanse vrienden en hij allerlei monsters bevechten en de wereld redden van diverse onwaarschijnlijke kernaanvallen. Het is erg spannend.

Maar de bibliotheekjuf  die dit organiseert is heel erg aardig en ik wil heel graag een soort vriendschap met haar dus toen ze vroeg wie wilde bijdragen aan dit evenement sprong ik onmiddellijk virtueel op, en nou moet ik dus cupcakes bakken wat ik vreemd genoeg de laatste tijd erg leuk vind (zie foto’s voor eerdere ‘batches’ voor Iris’ verjaardag en de Brownies, met Halloween). Dus – geen computers programmeren, wel cupcakes bakken, ik vertrut misschien een beetje maar het is heel fijn…


Zolangzamerhand zijn we hele gewone inwoners in Jericho en erg ingeburgerd; vorige week was er een feest in het Community Centre, een benefieteten + concert voor de boerderij waar wij altijd onze groente van krijgen met een soort bluegrass-bandje en hamburgers en te weinig stoelen en een ‘raffle’ waar wij helaas niet een etentje voor twee maar wel twee pannelappen wonnen, nouja, maar daar kenden we wel twaalf mensen en stonden steeds in groepjes met mensen die elkaar ook of nog niet kenden en het was allemaal erg gezellig en gewoon, eigenlijk. De kinderen vonden het eerst ‘niks aan’ maar toen ontdekten ze de PlayDough en ging Sebastiaan een activiteit leiden waarin ze eerst ‘Barney the Dinosaur’ maakten van klei en hem daarna bloederig gingen ‘slachten’ – hoe dan ook, ze hadden lol en wij konden gesprekken afmaken met Anna en de Verdonken (zijn ouders zijn Nederlands) en die Noorse mevrouw waar ik altijd de naam van vergeet, en naar het bandje luisteren. Maar niet dansen. Er zijn grenzen.

Okee – we moeten Iris halen dus dit was het weer even – veel geluk daar in Nederland ik mis speculaasjes en rookworst (maar heb er 10 van meegenomen laatst) – en jullie allemaal natuurlijk, maar alles is hier dus verder heel goed.
Erg veel liefs van een zonnige,
Anita

Leave a Comment

‘Ich bin Ein Vermonter!’, of: Waarom we eigenlijk in Canada wonen.

Een van de meest opvallende dingen in de omgang met mensen hier is dat, tot gisteravond, niemand me ooit vroeg hoe ik het vond om nu, als Nederlander, in Amerika te zijn. Niemand. Maar bijna iedereen vroeg daarentegen wat wij, als niet-Vermonters, nu van Vermont vinden, van de Vermonters, en of we al een beetje contact hebben gemaakt. En dan zeggen ze bijna allemaal dat dat wel niet zo makkelijk geweest zal zijn, omdat Vermonters stug en onvriendelijk zijn, niet zo aardig en makkelijk als mensen in New Jersey/Wyoming/Ohio, of waar ze dan ook nog maar meer gewoond hebben. (Maar het zijn dus allemaal hele aardige en toegangelijke mensen, die dit zeggen.) De Vermontse identiteit overstijgt verre de Amerikaanse, en iedereen is zich voortdurend bewust van hun/ons Vermonter-niet-Vermonterschap. Het algemene idee is dat ‘echte’ Vermonters hier al generaties lang vandaan komen, niemand van buiten accepteren, en dat pas onze kleinkinderen zich misschien Vermonters kunnen noemen (al noemen ze zich dan vast nog steeds ‘Dutch’). ‘Echte’ Vermonters zijn klein – Chris is hier een boom van een vent, terwijl hij in Nederland een kort mannetje was – ze hebben een donker uiterlijk (bruin haar e.d.) en hebben vaak een Franse naam. Het zijn eigenlijk, kortom, Quebecois, – en Vermont is eigenlijk een stukje Frans-Canada wat betreft z’n geschiedenis – dezelfde indianenstammen, dezelfde ‘trappers’, dezelfde tradities van bos en bevers en birch bark canoes.

Van die achterdocht hebben we nog niet veel gemerkt – maar iedereen kijkt wel inderdaad de kat uit de boom. Onze ‘boven’buren, een echtpaar dat verder op onze oprijlaan woont, zagen we pas na twee weken, toen wij maar naar ze toe gingen. En pas eergister zijn ze komen eten – erg aardige en inderdaad erg korte mensen; en toen kwamen ze met een prachtige ‘welcome’ basket vol zelfingemaakte pickles en zelfgemaakte wijn. Maar die tijd die nodig is voor toenadering, die is dus anders, geloof ik. En mensen kijken soms verbaasd als wij bij Joe’s Snackbar

Nederlands praten – maar niemand vraagt ooit of we buitenlanders zijn, of wat we praten, het blijft enorm discreet. Ondanks dit alles hebben wij totnutoe een bloeiend sociaal leven, vergeleken met Nederland, we hebben voortdurend mensen te eten, gister ging ik naar een kroeg met Kim, en ik heb al drie keer met Sarah gelunchd – dus het valt enorm mee, met dat isolement, en dan is de school nog niet eens begonnen.

Maar gisteravond, toen ik eindelijk wat met Kim ging drinken (we speelden al een week phone tag, zij had steeds toch iets anders of was niet bereikbaar via haar cell phone en dan belde ze net als ik even weg was) – zij werd gek, zei ze, want haar man die photojournalist is gaat 7 September naar Afghanistan en dan is ze alleen met de kinderen en ze heeft net een nieuwe baan en het razend druk dus ze wou even wat ‘girl time’, en ik was natuurlijk blij en vereerd die met haar door te brengen – enfin dus we gingen naar de bar van een hotel hier in de buurt, waar een man banjo zat te spelen en het vol met hotelgasten zat maar eigenlijk wel erg leuk, net een Engelse pub. En op een gegeven moment vroeg Kim mij heel nadrukkelijk of ik eigenlijk van plan was Amerikaan te worden. Toen ik zei dat ik in eerste instantie niet eens een green card mag (omdat de Amerikaanse immigratiedienst vindt dat ik de vorige ‘abandoned’ heb, in de steek gelaten (ik moest hem bij aankomst in Boston een keer afstaan)) enfin, toen ik dus zei dat ik dacht van niet, keek ze mij ernstig aan en zei dat ik daar maar over moest liegen, als ik andere mensen tegen kwam, want dat mensen het mij wel zouden aanrekenen als ik wel genoot van de geweldige ‘services’ in het Land of the Free, maar niet Patriot genoeg was om me zelf Amerikaan te (willen) noemen. Ik was stomverbaasd – Chris ook, toen ik het hem vertelde, maar ze meende het wel, en zei dat ze wel een probleem hadden met buitenlanders die de Amerikaanse politiek niets interesseert, omdat het hun regering niet is. (Wat Chris trouwens nog steeds onzin vond).

Ik vind Kim erg interessant, ook omdat ze ontzettend politiek aktief is: ze werkt voor de Vermontse senator Bernie Sanders, een van de weinige senators die zichzelf in dit land, in deze tijd, socialist durft te noemen. Kijk even naar deze clip: http://videocafe.crooksandliars.com/heather/bernie-sanders-va-socialized-health-care-system waarin hij stelt dat de VA – de Veteran’s Administration, de gezondheidszorg van het leger – een socialistisch systeem is, tegen John McCain (die senator is van Arizona). Die man dus – in Vermont een held, en zeer zeker iemand die het algemene gevoel in Vermont vertegenwoordigt. Wat dus ook daardoor eigenlijk veel meer op Canada lijkt. Zaken als het homohuwelijk en sociale gezondheidszorg zijn hier vanzelfsprekend, die in andere delen van Amerika verafschuwd en verguisd zijn. Het slogan onder wat rechterse Vermonters is dat ‘Vermont is very bad for businesses’ omdat er allerlei wetten zijn die consumenten beschermen, dus allerlei (uitbuiterige) bedrijven vestigen zich hier niet eens (we konden bijvoorbeeld maar uit twee ‘Health Insurance’ bedrijven kiezen). De wetten tegen landschapsvervuiling en het bebouwen van industrieel terrein zijn veel strenger dan, bijvoorbeeld, in buurstaat New Hampshire: waardoor Vermont, als je er doorheen rijdt, veel mooier en ongerepter is, maar ook allerlei industrie dus niet heeft. En er is een enorme nadruk op zelfbestuur – niet alleen in de staat, maar ook op veel kleinere schaal, op dat van de county en van de town.

Wij wonen in Jericho, een stadje van 5000 mensen, en die heeft zijn eigen gemeentebestuurtje, een groep vrijwilligers die heet de ‘Select Board’, en daarin zaten vroeger de Select Men, maar nu de Select Persons. En Kim is ook een Select Person, en vertelde over de vergaderingen daarvan – vol ‘old boys’ die de dingen al jaren zo doen, waar zij dan tegen in probeert te gaan. Ze beslissen van alles: van de budgetten voor de school tot het al dan niet aanleggen van nieuwe wegen (niet Interstates, en ook niet State Roads, maar wel bijvoorbeeld het bestraten of repareren van kleinere ‘local’ roads); en ze zijn momenteel bezig met een ‘Burn Ordinance’, een wetgeving over wie wat wanneer en hoe mag verbranden, wat dus ook per stad(je) wordt bepaald. Meer details kun je hier vinden… http://kimmercer-jerichosb.blogspot.com/. En wat dat betreft is die nadruk op zelfbestuur en behoefte iedereen er bij te betrekken wel weer erg Amerikaans – erg ‘frontier’ ook: wij hebben geen mensen in Washington nodig om ons te vertellen hoe we onze problemen oplossen of ons geld uitgeven. En dan hangt er dus bij de (enige) pinautomaat in het stadje een lijst met dingen die worden besloten op de volgende vergadering, en kan je met een kruisje naast je naam erover stemmen.

Een ander voorbeeld van zelfsbestuur en ‘burgerbetrokkenheid’ is het concept van de CSA, de Community-Supported Agriculture. Het idee is dat in plaats van dat mensen eten van ver weg in een supermarkt kopen, en boeren grote bedrijven hebben zodat ze winst kunnen maken op de export, er hier een aantal boeren (die groenten, fruit, vlees, kaas maken) samen een soort club beginnen, waar je lid van kan worden. Je betaalt een bedrag per seizoen, en neemt een ‘abonnement’ op vlees, groente of een ‘settlervore’ dwz brood, kaas en eieren. Een boerderij is het verzamelpunt, en daar ga je een keer per week heen om je ‘share’ op te halen: in ons geval een boerderij hier in de buurt op een idyllische plek ligt, waar we een grote rustieke mand vol halen met vlees, brood, kaas en enorme bergen groente. Wat ‘in season’ is kan je op de boerderij plukken: op dit moment bakken verschillende soorten ontzettend zoete tomaten en zakken vol met boontjes, en bloemen en kruiden die je met een schaartje langs de rijen afknipt. “the kids love it,” matuurlijk, en je komt tussen de bonenrijen altijd hele blij-kijkende hippie-achtige ‘stay-at-hom-moms’ tegen die hun kleine Hunter of Abigail vragen om de boontjes er een beetje vriendelijk af te rukken en niet met hun kleine Crocjes in de bloemetjes te stampen ‘honey, please!’. Het eten is werkelijk fantastisch – zoete tomaten, geweldige mais, biologisch vlees. We maken eindeloos veel pasta met tomatensaus en hele grote salades met drie kleuren worteltjes en vijf soorten tomaat.

Ik word per definitie nooit een echte Vermonter. Maar ik ben zelden zo dicht bij het land geweest, als hier.

Comments (2)

Verdelgblog

(dit is een oud stukje blog van 23 Juli, niet afgemaakt)

“De natuur is mooi, maar je moet er wel wat bij te drinken hebben.”

Willem Kloos/Gerard Reve? (heb geen duidelijke verwijzing kunnen vinden!)

We komen er zolangzamerhand achter dat mensen die echt in de natuur wonen, een groot deel van hun tijd besteden aan het vernietigen ervan. De natuur is op gepaste afstand prachtig. Maar van dichtbij prikt, steekt, krast, bijt, en krabt zij: veroorzaakt gigantische jeukende bulten en uitslag die over het hele lichaam verspreidt. Of de natuur valt op je huis of op de electriciteitsdraden die (al in een Western) nog steeds het merendeel van Amerika bekabelen: donderdag kwamen we thuis en merkten dat de garagadeur, het formuis, de ijskast en de waterpomp (en dus het water) het niet deden. Het werd donker, de kinderen waren nat (Sebastiaan, uit het meer) en moe en we konden dus niet koken. Gelukkig deed mijn Blackberry het nog wel, en daarop zochten we naar restaurants in de buurt. Er bleek een Chinees te zitten naast de Price Chopper, en die weer naast een Hardware Store waar we lantaarns konden kopen. Dus we haalden (het bleek alleen een afhaal te zijn) van die interessante paralelogrammatische bakjes met een metalen afsluitdraadje waar Amerikaans Chinees eten altijd in komt, en hele lekkere dumplings en oké-e kip met broccoli en goeie garnalen met peultjes, en aten bij dit alles op bij het licht van de lantaarn, en de kinderen gingen elk met een nieuw zaklampje naar bed. En voordat ze in slaap vielen deed alles het ineens weer. Er bleek een gigantische boom op de draden bij de weg die naar onze weg leidt, gevallen te zijn.

En mede daardoor is Chris verdubbeld in zijn plannen om de bomen  vlak naast ons huis om te kappen. Hij had een afspraak met Scott, the Forest Guy, die hem vertelde dat alle dennen vlak naast ons huis inderdaad best op het huis zouden kunnen vallen.

Leave a Comment

Blog van het Deck, 8 juli, 02:00 u

Op het deck aan het bloggen dus

Klein inleidinkje van 17 juli.

Hieronder dan: de blog die ik kwijt was!

Ik heb hem terug – de  vriendelijke mensen bij ‘Small Dog Electronics’ hebben alles gerestaureerd – ze hebben al mijn oude software gered en al mijn oude files en alles is nu op mijn nieuwe computer, helemaal in orde, en ik heb net een backup gemaakt! Aaahhh…

Dus! Deze blog is van vorige week – het is inmiddels zaterdag 17 juli, dus meer dan een week later. Inmiddels ben ik op en neer naar Boston geweest, en ziek geworden (een beetje, een soort griep) en weer bijna beter (nouja, heb alleen nog een hoest) en hebben we al drie mensen bij wie we eten met kinderen waar onze kinderen mee spelen. De laatste aanwinst zijn de Mercers: Iris speelde op school met het meisje Lucy, en haar broertje bleek het jongetje te zijn dat met een stuk Lego Star Wars zat te spelen achter ons bij Iris”gym kids’ uitvoering gister; en haar moeder die vrouw met dat leuke asymmetrische haar die ik wel zag zitten als vriendin. Die hoorden dus allemaal bij elkaar en de kinderen hebben hier de hele ochtend gespeeld – hele leuke goeie gewone kinderen van 5 en 7, een beetje jong maar ging prima, zeer ondeugend leuk vrolijk meisje en een serieus jongetje. Hij is verwekt in de nasleep van 9/11, vertelde zijn moeder, die Kim bleek te heten en even koffie dronk voor ze de kinderen (waarna ze gewoon vertrok, nadat ze vroeg ‘is it very rude if I leave now’ – helemaal niet, integendeel!) enfin, en ze dachten dus dat hij wellicht een gereincarneerde brandweerman was (niet helemaal duidelijk in hoeverre dat een grapje was, ze zijn erg van de vage hier, in het algemeen) en Chris suggereerde dat hij wellicht een gereincarneerde bankier was waarop Kim zei ‘O my God that would explain a lot, he keeps wanting to get reimbursed for everything!’.

Dus. En toen de Mercertjes weg waren (na een geweldige ochtend waarbij ze op de trampoline sprongen terwijl ze elkaar met waterpistolen beschoten, het jongetje William riep ‘You’re supposed to fire at the person who is not your brother!’ – inderdaad een exacte geest…)

Op de trampoline

Dit is de fijne nieuwe grote trampoline - erop met Lucy en William

nog weer meer dingen kopen, eten en boeken met de vogels hier. Want we werden vanmorgen wakker omdat er iemand met twee stokjes op elkaar leek te slaan. Ik liep naar het raam en zazg eerst een gigantisch konijn, maar toen we nog eens keken zagen we vlak voor ons raam een specht die aan het hameren was op de dode boom voor ons huis. En nou kunnen we opzoeken wat voor specht…

Maar goed. Dus we kochten weer meer dingen vandaag – boeken en eten en Sebastiaan was enigszins opgelicht door eBay en mocht iets anders uitzoeken van het geld dat hij in Nederland van onze vriend Tjeerd had gekregen (dank je Tjeerd!) en Iris ook dus we kochten in de gigantische (natuurlijk) Toys’R’Us een plastic hamster ding van de tv waar ze erg blij mee is, en dus meer Lego. En nou zijn we thuis met onze peperdure boodschappen van de Sweet Clover Market (allemaal Local en Organic en werkelijk waanzinnig duur, 5 dollar voor een zakje chips; we hebben besloten zelf brood te bakken in de broodbakmachine die Chris op een garage sale kocht want ook brood is $5 per brood als je niet heel vies brood wilt!) en mijn computer doet het weer en alles is goed…

En nu dan toch die twee eerdere blogs. En binnenkort meer want ik heb nu een computer en ook internet!

Reageer graag, vooral, allemaal – gezellig. Is het daar ook zo warm? Of zijn jullie allemaal op vakantie?

Zoenen en knuffels – a.

Blog van 8 juli.

Het is twee uur ‘s nachts, en ik zit op ons deck. Dit deck, een soort veranda dat achter aan het huis vastzit, zou, als het niet zo verdomde heet zou zijn de hele tijd, in de zomer verreweg de belangrijkste kamer van het huis zijn. Maar nu is het nacht en eindelijk koel – maar toch nog warm genoeg om zonder problemen in een t-shirt en een onderbroek buiten te zijn. In de koele nachtlucht hoor ik een dier – ik denk een uil. Het maakt een soort zwiepend geluid – woewoewoewoewoezoepzoepzoep maar dan heel zacht, een soort zoeven – telkens 14 keer, en dan een stop. Hij vliegt rond, al woewoezoepend –daarnet hoorde ik er geloof ik nog een. Zijn er twee? Of eentje die rondvliegt?

De nacht hier is ongelofelijk. Boven je staan zeven miljard sterren. Als je omhoog kijkt is er een tapijt, een doek, een jas van sterren. Middenlangs loopt de Melkweg – dat is een soort vitrage met een scheur erin, een zacht-witte streep, waar je het heelal overdwars ziet. En daaromheen, overal, werkelijk overal zie je zo ontzettend ongelofelijk veel sterren dat er geen beginnen aan is om er naar te kijken, overal waar je kijkt zijn er meer, elk stukje hemel waar je een patroon in begint te herkennen blijkt, als je beter kijkt nog veel meer sterren te hebben, alle stadse sterrebeelden, de Orions en de Grote Beren slaan hier nergens op want je ziet overal een steelpannetje of drie sterren op een rij.

En overal zijn dieren. Die je niet ziet, maar hoort.

Gister werd ik wakker gemaakt door onze poes, die na twee dagen bibberend en in shock achter de verwarmingsketel te zitten kennelijk had besloten dat de wereld toch niet was vergaan, en op haar gewone opgewekte wijze om 2 uur ‘s nachts gezellig in ons gezicht kwam mauwen. Nadat ik haar in de garage had gezet (waar zi j en haar broer even moeten zijn, tot ze de wilde en ongelofelijke wereld Buiten mogen verkennen) ging ik even naar het deck, en Chris kwam ook. We zaten een tijdje naar de sterren te staren en het niet eens te worden over wat dat nou echt de Grote Beer was, toen we in de verte een gehuil hoorden – heel traditioneel zoals je denkt dat wolven klinken, alleen wat hoger. Her was een coyote, want die zitten hier – eerst een, toen in een andere verte nog een, en ten slotte een heleboel: het ging van een huiltje naar een boel opgewonden gejank en tenslotte een soort door elkaar geschreeuw van jankend huilen, een opgewonden schoolklas van coyotes. Dat zei Iris tenminste, toen ik haar er over vertelde de volgende dag – misschien is het een nachtklas van coyotes, en maken ze net zo’n lawaat als mijn klas op de Regenboog.

Dus.

Hoe gaat het.

Om te beginnen is het hier dus, sinds we zijn aangekomen, bloed- en bloedheet. 32

graden, of nog warmer – 37, 38 – ‘in the hundreds’. Op de radio zeiden ze dat je maar beter binnen kan blijven, als het kan, en gister zijn we overdag met z’n allen naar de film gegaan: Toy Story 3, in het kleine theatertje hier in Essex, Essex Cinema’s wat niet een grote keten is maar gewoon een klein filmtheatertje met vijf zaaltjes en geweldige handgemaakte reclame vooraf, door iemand gefotoshopt met een foto van een feestje met mensen met bier in hun hand, hele gewone mensen op een hele gewone foto zodat je beseft hoe raar en vervreemdend en glad ‘echte’ reclames zijn, en foto’s van eten dat er heel vies uit ziet, bruine drab op een plakkerig bordje, dus eten fotograferen is kennelijk ook een kunst. En dan 25% off the Burger Meal met je ticket stub.

En koel. Want de hitte is bijna ondragelijk, zeker buiten waar je totaal wezenloos wordt, maar ook binnen onder de fans, de plafondventilators die in ons huis in elke kamer hangen en op een fijne lome American South manier de lucht rond blazen om nog iets van een briesje te maken, maar tegen deze zware hangende hitte niks kunnen beginnen en we worden zwaar en slap en sloom en hangen rond op de grond (onze enige meubels totnutoe zijn twee opklapstoelen, en die staan buiten, dus we lezen en eten en spelen op de grond) en wachten tot het later wordt, en minder warm, en tot Chris thuis komt van wat hij aan het doen was, en tot eindelijk de Cable Guy komt.

Hetzelfde Deck, 9 1/2 uur later.

Deze mythische Cable Guy is iemand die ons tot grote wanhoop drijft. Gister zou hij komen, tussen 12 en 4, dus wij thuisblijven. Op een gegeven moment werd er gebeld terwijl we met Chris z’n zus aan de telefoon waren, maar we wisten niet hoe je niet naar het andere gesprek kan gaan en ook niet hoe we voicemail kunnen bellen of zelfs maar aan het nummer kunnen komen van iemand die je kan vertellen hoe je aan de teogangscode van je voicemail kan komen. En toen we eindelijk om 5 uur belden waar hij bleef bleek dat dat iemand van Comcast (het kabelbedrijf) was geweest en dat ze niet kwamen als we onze telefoon niet opnamen. Aagh! Goed, ze zouden tussen 4 en 8 komen. Okee dan. Maar ook na acht uur waren ze niet geweest, terwijl wij steeds paniekerig elkaar vroegen of we de telefoon hadden, en of hij wel opgeladen was, en het wel deed. Daarna belde Chris Comcast – een geweldig gesprek waarin hij tegelijkertijd aangaf dat hij boos, teleurgesteld, berooid en toch ook begripvol voor de zwakke positie van de helpdesk=medewerker was. En toen bleek dat ze zonder het ons te vertellen de afspraak naar volgende week hadden verzet. Maar na Chris’ pleidooi (do you really expect me to take another day off from work to wait for you people? Would you take another day off from work? Right now you are not acting like a company I am happy doing business with…) beloofden ze dat ze vandaag kwamen, tussen 8 en 12.

Het is nu 11:31, en elke geknerp op de snelweg doet ons opveren (daar zijn ze, misschien! Heb jij de telefoon? Doet hij het nog?) en nu zijn Chris en de kinderen maar naar het riviertje gegaan, om in te zwemmen, de prachtige geweldige koele rotserige Browns River, op 10 minuten van ons huis, naast Sebastiaan’s Middle School waar hij over een jaar naar toe gaat, in het Mills Riverside Park waar zaterdag een openluchtconcert is met picknickende locals en ‘Jericho’s own’ reggae broers – twee voorwaar niet-witte mensen hier, tot nu toe ongeveer vijf gezien, twee ‘Islamitische’ families (ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven: mevrouwen met hoofddoeken en donkere kinderen, geen idee welk land ze vandaan kwamen, spraken iets dat Arabisch klonk) en een echte African American, die bij de supermarkt werkte met allemaal zeer wakker en fris uitziende tieners.

En ik ben even alleen thuis – ahhhh voor het eerst alleen sinds vorige week donderdag – het is vooral heerlijk om me even geen zorgen te maken over de kinderen, die weliswaar heel rustig eindeloos op de grond Donald Ducks lezen of lego’en of knutselen maar toch ook in een vreemd land in een vreemd huis een vreemde tijd meemaken. Iris zei gister – ‘mam, aan het einde van de grote vakantie gaan we wel weer even naar Nederland, toch?’ en Sebastiaan zei ‘als we nou internet krijgen kunnen we misschien wel even met mijn klas Skypen, okee?’

Comments (1)

Het leven zonder kaasrasp

Lieve lezers,

Het is alweer zaterdagavond – hoogste tijd voor een blog! Want toen ik jullie achterliet waren we nog aan het inpakken, bokken van schapen en kaf van koren aan het scheiden – maar inmiddels zijn alle bokken aan de straat gezet en een hele zeecontainer vol kaf is door potige mannen in dozen gestopt en de deur uit gedragen. En nu zitten we enigszins verdwaasd in een huis waar het gewoon galmt, van de leegte – je kunt voetballen met een pingpongballetje, in de woonkamer; de afwas kan telkens in een halve machine, en al onze kleren vouwen duurt minder dan een kwartier. Eigenlijk is het geweldig, zo zonder dingen: alles is makkelijker en sneller en goedkoper, je hoeft niet te twijfelen wat je aan moet want je hebt maar twee broeken en zes t-shirts en drie werk-bloesjes; de kinderen weten altijd waar al hun speelgoed is (namelijk: op de vloer) en gelukkig zijn ze nog niet door alle strips heen. Ook slapen op een matras op de grond en eten aan een tuintafel gaan prima. Er zijn eigenlijk maar een paar dingen die we missen:

  • De fietsen
  • De DVD-speler
  • Muziek (ik)
  • De kaasrasp

nou, en nou moet ik al weer heel hard nadenken. Dus: zonder de meeste dingen gaat het uitstekend. En dan maar nog een kaasrasp kopen…

Deze week gaan we bijna voor ons beroep afscheid nemen, de hele tijd. Ik bij mijn twee werken, en de kinderen op school en bij hun clubjes, en dan twee feesten met vrienden maar liefst; op het laatst kunnen we vast geen mensen om afscheid van te nemen meer zien! En zij/jullie zullen ons ook wel met een zekere opluchting uitzwaaien (wanneer gáán ze nou eindelijk!) – theoretisch dan, want ons concrete vertrek op maandag de vijfde wordt dermate druk en vol spanning dat er echt, hoe lief bedoeld ook, vooral niemand naar Schiphol moet komen. Maar eigenlijk moet je dus zo veel afscheid nemen dat iedereen echt doodziek van je is,  dat is de methode: dan duurt het weer een hele tijd voor die ergernis voorbij is, en dan denk je gewoon aan iemand, en pas daarna kan je ze gaan missen. Dus: mocht je vertrekken, neem dan vooral veel afscheid. Het helpt, net als een begrafenis, zeg maar, al ga je niet (zoals mijn oma die ‘Kand. Litt. Class.’ was altijd zei) de rivier de Styx over, maar gewoon in een 737, de Atlantische Oceaan.

En aan die andere kant beginnen zich ook al vage contouren van een leven af te tekenen… We hadden zomaar een dubbele afspraak gepland, Chris en ik: hij met het kabelbedrijf en ik op school! Dus nou zien we op vrijdag maar ‘Vicky Graf’, het hoofd der school in Jericho – om onze hoofden te laten zien en de kinderen de binnenkant van de school, en om te proberen Iris niet nog een keer groep drie te laten overdoen, waar ze in geplaatst is omdat ze pas in oktober jarig is. Het is allemaal nog raar en onwezenlijk voor mij, het leven daar – het idee dat het ook een leven met plannen en boodschappen en clubjes en agenda’s wordt. Nu heb ik nog een vaag ideaalbeeld van in een hangmat in het bos, en op blote voeten in het gras met een chipmunk praten. Voor Chris is het allemaal al veel concreter – hij heeft al zowat een auto en een pickup truck en een grasmaaier gekocht (zo een waar je op kan rondrijden) en een trampoline, willen we, daar hebben we nou eindelijk plaats voor. En zo’n grote aluminium kano, en die dan op die auto, en daar dan mee kamperen met vishengels en matjes en zo’n rood met witte Amerikaanse koelbox, die je ook steeds op het WK ziet maar dan met ijs erin voor de voetballers heur gewonde beentjes.

Dus.

Nu ben ik moe en  ‘morgen is het weer een lange dag’. Zei Iris, voor ze ging slapen. Zo hoor ik mijn moeder, via mijzelf, in mijn dochter terug. Kortom: al reizen mensen nog zo ver, allerlei zaken blijven gewoon door de generaties heen behouden. En dat is toch ook wel mooi.

Comments (3)

Dingen.

En nou ben ik dus ziek geworden en lig met koorts en koppijn en overal een zeurende pijn in bed, te tobben. Ik tob over m’n werk, over wat mensen moeten doen maar niet gedaan hebben, en waar ik ze over aan hun kop over moet zeuren, en over wat ik had moeten doen maar niet gedaan heb en waar andere mensen mij over aan m’n kop zeuren. Zo houden we elkaar bezig.

En ik tob over de kinderen, op school – Sebastiaan werd gepest, nare kindertjes; we moeten Afscheids-Ietsen maken en uitdelen, wat dan, wanneer dan; en uitnodigingen voor ons afscheidsfeest maken (zaterdag 3 juli! vanaf 6 uur! kom allemaal!) maar vooral tob ik erg over Dingen. Alle Dingen waar we Doorheen moeten – dozen met dingen, papier en schoenen en cd’s en boeken en kleren en weet-ik-veel, ventilatoren (weg! – iemand nog een ventilator?) en oude ingepakte dozen die uit Amerika zijn meeverhuisd met Chris z’n oude schoolschriftjes en nouja, dingen. (In een van onze collectieve lievelings-Donald Ducks is het ‘Daverende Donderdag’ en Katrien wil koopjes scoren in het Duckstadse warenhuis en zij regelt dat Donald een winkelbediende is en als het warenhuis opengaat staan er overal bordjes waarop staan ‘Dingen! Nu Goedkoop! Koop Dingen!’ (en met Donald’s hulp gaat Katrien eerder naar binnen en koopt alle leuke Dingen, en er breekt oorlog uit als de Dames daarachter komen, en Donald wordt natuurlijk weer ontslagen))

Dingen dus, die op zolder staan, in al hun onnutte dingerigheid. En er moet een beslissing genomen worden over elk Ding, het is de dag des oordeels en wij zijn – Jesus, of God, wie doet dat eigenlijk? Kijk, daar schiet mijn bijbelkennis weer te kort – nouja wij zijn de Oordelaars: moet het Mee (dan pakken de verhuizers die vrijdag komen het in en zetten het op onze container op de boot en komt het na zes (denkt Chris) tot acht (denk ik) weken in Jericho, Vermont aan) of gaat het met ons mee op reis (een zeer uitverkoren categorie, de Jehova’s getuigen onder de Dingen, alleen voorbehouden aan hele fijne en belangrijke kleren, al Sebastiaan’s lego, en mijn koffiepotje), of, en dit is het gapend inferno dat allen kan wachten: WEG.

En op mijn ene schouder zit de engel van mijn moeder die zegt ‘allemaal ongezien weggooien -wat moet je met die troep?’ en op de andere een duiveltje – Joost o.a. en Chris, trouwens ook, die zeggen ‘nee, dit zijn Herinneringen en er zijn al zoveel Dingen weg die je mist uit vorige verhuizingen en wees nou niet te rigoureus en je kan het net zo goed meenemen en daar uitzoeken’. Waarop mijn moeder dan weer zegt ‘Ben je gek, dan zit je er daar weer mee, doe toch gewoon weg al die rotzooi!’ En ik lig er koortserig en vertwijfeld tussenin en laat mijn hoofd naar de een, en dan weer naar de ander hangen, en weet het niet, met de Dingen.

Eerst nog maar even een slaapje doen, en dan wat eten, om aan te sterken. Want er valt nog heel wat te richten, vandaag. It’s judgement day.

Comments (3)

Vliegblog

Alvast een beetje in het vore aan het vertrekken ga ik deze week naar Amerika, naar de Westkust, voor werk. Ik ben wegens niet genoeg op reis (ha! zeggen al mijn dierbaren nu met holle lach) uit de Gold Elite klasse geschopt en mag dus niet meer in de lounge (voor iedereen die niet de hele tijd in het vliegtuig zit: dat is een grote zaal met gratis hapjes op kleine driehoekige KLM-bordjes en gratis internet en grote stoelen waar je In Mag als je maar genoeg CO2-verslindende, huis-en-haard vervreemdende verre vliegreizen maakt, en daar zit je dan, met allemaal andere dure en moeie, andere mensen-missende andere mensen, die kleine hapjes te eten en je email te checken en je net iets beter te voelen dan het voetvolk). Maar nu ben ik dus weer voetvolk, verstoten uit het Walhalla, hoewel ik met mijn net-niet-gouden Kees Verkerkerige Silver Elite kaartje ook nog wel voorin de rij mocht bij de Security Check daarnet – vóór mogen in een rij is typisch zoiets waar je jaloers op bent als je het niet mag, mag dat maar veel minder spannend is als wel – tsja, ik stond minder in de rij maar zit hier net zo goed gelaten te wachten met de gonzende massa mensheid die allemaal, allemaal mee moet in het vliegtuig. En je mag geen gesealed water meer mee! Ik hou zo op met dit luxegezeur – maar vroeger kon je dus flesjes Evian (en waarom is dat toch altijd zo veel viezer dan Spa Blauw? Evian heeft iets hards, iets metaligs vind ik altijd, of ze ‘t echt uit het kraantje bij de WC hebben getapt, niet dat zachte warme dat Spa Blauw heeft, maar Schiphol verkoopt nou eenmaal Evian) – nouja dat mocht dus vroeger, gesealed mee in een tasje waardoor je iets minder afhankelijk van de nooit voldoende aanwezige stewardessen was, op een vlucht. Misschien willen ze graag die afhankelijkheid – als jaloerse minaars wil de Cabin Crew je enige bron van laving zijn, niks geen laffe zelf-meegenomen consumpties waardoor je hun metalen pasta-or-chicken weghoont en hun slappe plastic bekertjes met water of sinaasappelsap niet met de benodigde dankbaarheid begroet…

Het was een fijne week, eigenlijk: ik ging niet naar Malta (god, ging je dan ook nog naar Malta??) nouja dus niet dus – vanwege de aswolk en algehele drukheid en Chris z’n sleutelbeen (voor wie een paar afleveringen van ons leven gemist heeft: hij heeft z’n sleutelbeen gebroken, val van de fiets, niet zijn schuld, net nu z’n rib weer beter was (die had hij gebroken toen hij uitglee in de douche (hij zegt zelf: ‘Holland wants to get rid of me!’))) en dat ik toch eigenlijk thuis moest zijn deze Laatste Tijd Voor Ons Vertrek. En ik had een feestje dat erg leuk was, de boekaanbieding van mijn vriendin Hanneke – ze heeft een prachtig boek geschreven over haar tijd in Berlijn in de jaren 80, die ze herbeleeft in het Berlijn van nu. Het is een soort plaatjesboek waarbij haar tekeningen haar vertelde herinneringen toelichten, maar niet direct illustraties zijn bij het verhaal: ze tekent waar ze was toen ze dacht aan wat ze vertelt. Hanneke zei daar zelf over bij de boekaanbieding: ‘Je denkt één ding, en ziet iets anders. Wij praten nu bijvoorbeeld over mijn boek, maar ik kijk naar het publiek. Het intrigeert me hoe die twee dingen in je hoofd samenkomen, en dat probeer ik in mijn boek over te brengen.’ En het zijn mooie, rauwe tekeningen van Berlijn, die ze daar bij de Knipscheer op goed grauw-beige papier hebben afgedrukt – zonder randjes, zodat je er echt instapt – en het verhaal is geweldig, als je Hanneke kent hoor je haar praten, met woorden als ‘snaterstoned’ en ‘te gek’ (op hippie-toon, maar dat dan menen)– vertelt ze over de tijd dat ze te gekke tijden beleefde in pre-muurvallig Berlijn, in de krakers- potten- en altoscene aldaar en kunst maakte en balkonnen bouwde van parket dat uit vooroorlogse gebouwen was gebroken door een aantal snaterstonede en zwaar verbitterde krakers. Erg mooi.

Allerlei vriendinnen maken boeken, ik ben zo trots op ze! Eerst al Judith’s boek, over haar oma die in de oorlog omkwam waardoor haar moeder en tantes door anderen zijn opgevoed en hoe dat haar gevoelens over de adoptie van haar dochters kleurt  – eigenlijk gaat het over biologisch en niet-biologisch moederschap en hoe je net zoveel gaat houden van een niet-biologisch kind maar een biologische moeder toch altijd belangrijk blijft – het is niet een reciproke relatie, dat adopteren… – Nou, en nu ga ik naar Lisa en haar boek over Bhutan komt volgend jaar uit – het staat al in Amazon maar de omslag wordt anders want iedereen dacht dat het onderbroeken waren, aan een waslijn, in plaats van bidvlaggetjes bij de tempel. En dacht (iedereen dus): eh hoezo, wassen ze dan zoveel onderbroeken daar, in Bhutan? Het nut van marktonderzoek is dat je dat dus weet voordat mensen verbijsterd in de boekwinkel staan…

Maar nu dus maar een klein vertrekje, het is nog niet echt, ik kom straks gewoon thuis op Tegelarijpad 10. Maar dan is het juni, en dan gaat het echt gebeuren – allemaal Laatste dit en Laatste datten. Enfin! We zullen zien, en het wordt vast wel heel gezellig allemaal, ook. Alles wordt wel ineens veel belangrijker – vrienden en gevoelens en familie en zo, wat dat betreft is partir inderdaad wel mourir un peu. It puts things into perspective!

Dus!

Dank voor alle reacties, ga er fijn mee door, ik vind het erg fijn en gezellig: maar als je een Response post hieronder moet ik hem altijd even goedkeuren (dat is zodat er geen 13-jarige jongetjes het equivalent kunnen neerkalken van de meest treffende en leerzame graffiti die ik ooit zag op het transformatorhuisje voor ons huis aan de Werfstraat, toen ik iets van zeven was en in een klap drie scheldwoorden én de ‘facts of life’ leerde: ‘Kut + Lul = Neuken’). Dus het duurt even voor je je eigen reactie op de bladzij ziet, maar dat hoeft geloof ik alleen de eerste keer – als je 1 keer bent goedgekeurd mag je altijd responden, dan hoor je er helemaal bij. Knap toch hè, die techniek.

Nou, ik ben inmiddels aan boord en ‘at this time all electronic equipment needs to be switched off’ – dus, zoals de jeugd dan zegt – ‘Later!’ (Sietse voegt daar dan aan toe: “We faxen!’)

Comments (2)

Older Posts »